vrijdag 6 juli 2018

Metaselectie

Onderzoekers zijn erachtergekomen dat de mens een factor is geweest in de genetische transformaties van de geit. Kun je hieruit afleiden dat hiervoor de gangbare opvatting was dat de soort zich ontwikkelde geheel buiten de mens om? Dat zou pas raar zijn. Even bijzonder is het als we eigenlijk altijd al dachten dat de menselijke factor medebepalend was. Dan worden we verrast door een onderzoek dat onze (al dan niet onbewuste) opvattingen bevestigt.

Het blijft altijd rommelen met dat woord factor. Wat betekent het dat er iets ergens wordt gemaakt? Want dat is het, het woord factor betekent gewoon 'maker'. Zijn we eindelijk van die scheppergod verlost, voeren we hem toch weer in via het woord factor. Daarbij kun je eventueel ook aan de platoonse demiurg denken, de goddelijke instantie die de wereld heeft gemaakt en daarna aan zichzelf overlaat.

Neem nu de bef van de geit. Dat is volgens onderzoekers een resultaat van domesticatie. De vachtkleur zit bij verschillende dieren in hetzelfde 'dna-hoofdstuk'. Het is duidelijk: de mens kan geen factor zijn omdat het dna dat al is. De domesticatie zelf, die de verandering van de vachtkleur moet verklaren, wordt blijkbaar niet als menselijk ingrijpen ervaren.

Zo moeten we misschien concluderen dat er een selectie van de selectie is, een metaselectie. Selectie is bijvoorbeeld dat we bij het slachten de geit selecteren die het minste melk geeft. Metaselectie is dat we deze selectie beschouwen als selectie in plaats van een logisch gevolg van het natuurlijke verschil in melkproductie.

Deus sive natura.

Afbeeldingsresultaat voor poes bef

zaterdag 19 mei 2018

Het zijn inderdaad ook beesten, Trump

Beste Donald Trump,

toen je de illegale immigranten animals noemde, dacht ik na enig afgrijzen: het is een eye opener. Inderdaad, het zijn ook beesten, beste Mr. President!

Het duurde even voordat ik doorhad wat u zei. Die illegale immigranten hebben toch recht op een menselijke behandeling, dacht ik. Maar daarmee bracht ik mezelf in een tegenspraak. Het zijn namelijk illegalen, dus het zou raar zijn om hen rechten toe te kennen die ze doordat ze zijn wat ze zijn niet hebben.

Het is raar dat ik me tot u richt, u hebt al zoveel aandacht. Maar ik zie dat beesten dat ook doen, de roep van de merel wordt beantwoord door de andere merel, of door de zwartkop. De mussen zijn de hele dag door druk met elkaar in gesprek.

Wat u probeert te zeggen in uw onhandigheid is dat we meer oog moeten krijgen voor de toon en de manier waarop politieke leiders elkaars roep beantwoorden. Is China in opkomst, en werpt Poetin een hengeltje uit met blote bast, en haalt Erdogan er voetballers bij, dan kun je niet volstaan met humanistische subtiliteiten. Het humanisme is voorbij, nu moeten we van beest tot beest.

Daar zit een challenge in, en ook een kans. Het kan alleen maar beter!

Yours sincerely,

Anthony Simons

 Afbeeldingsresultaat voor poetin bear

donderdag 26 april 2018

Dat is juist goed!

Het is niet altijd makkelijk om te kijken naar praatprogramma's. Maar waarom niet? We krijgen het advies om gezonder te eten, meer te bewegen, en mensen die dat zelf ook hebben gedaan. Daar hebben ze veel voordeel van gehad!

Er zit een sfeer omheen van een vrolijk tempo waardoor je denkt: o, ik heb iets gemist, er was iets verrassends aan de hand.

Maar nu begin ik langzaam, heel langzaam, door te krijgen dat dit juist de ideale manier is om te vertragen. Wil je echt vertragen, dan moet je niet ineens stoppen. Je moet juist met je gebaren versnellen zodat de inhoud de kans krijgt om door de vele herhalingen langzaam tot rust te komen.

En zo kijk ik naar Max met die twee leuke presentatoren, Martine en die man van Wakuwaku (Sybrand?), en er is iets met lekker kokkerellen, en een vrouw die vrienden heeft verloren aan kanker. Het wordt serieuzer. We laten het besef indalen dat we meer moeten bewegen en gezonder moeten eten.

Afbeeldingsresultaat voor martine van os sybrand koken


donderdag 29 maart 2018

Armoede is iets voor anderen - Syrische kinderen in Turkije

We kennen Turkije vooral van Erdogan. Dat vinden we echt interessant. Inclusief dus de deal die mede door Samsom met Erdogan werd gesloten om onze lastpakken ter plekke te laten opvangen. Dat Erdogan graag bij ons wilde horen was voldoende garantie om hem te kunnen verkopen hier, als uithangbord van onze privileges. Kan het idealer, een uithangbord dat tegelijk Gaststätte is?
Vandaag (ik lijk Grunberg wel) trof mij het artikel van Rob Vreeken met de titel 'Gevluchte kinderen te arm voor school'. Zielig hè? Het gaat over Syrische kinderen die in de omringende landen terecht komen en voor wie het moeilijker wordt om naar school te gaan. Ligt dat aan monster Erdogan? Ik zoek even de juiste tekst in de kleine letters van dit artikel op p.8 (de voorpagina gaat over de eeuwige kinnesinne met Rusland, bijna net zo aantrekkelijk als Trump). Ik zoek vergeefs naar de naam Erdogan.

Wel gaat het steeds om 'Turkije', ook alweer zo'n ongemakkelijke naam. Maar in dit geval komt Turkije goed weg. Turkije is gastvrij, neemt het leeuwendeel van de vluchtelingen, doet er alles aan. In zekere zin kunnen we van een overwinning spreken. De laatste zin: 'Eind vorig jaar zaten er voor het eerst meer Syrische kinderen op een Turkse school dan op een tijdelijke.' Hoera! Turkije accepteert dat de Syrische kinderen niet spoedig teruggaan en werkt eraan mee dat de 3,4 miljoen vluchtelingen een toekomst in eigen land of verderop kunnen krijgen.

Zo ver is het nog lang niet. De hoofdboodschap blijft treurig en tragisch. Naar schatting 43% van de schoolgerechtigde Syrische kinderen in de omringende landen gaat niet naar school, tegenover 36% een jaar eerder. Armoede is de reden.

We kunnen dus - met of zonder Agamben - dwepen met de armoede, maar dan moet je toch eerst enkele denkbewegingen maken, anders wordt het onsmakelijk.

Je kunt nu overgaan tot het zoeken van de ware schuldige, en als je Sophocles' Oedipous leest ligt die schuldige altijd dichterbij dan je had gedacht. Begin er maar niet aan. Ook Vreeken komt uit bij de donorlanden die niet doneren wat ze beloven. En zo komen we toch weer terecht in het tricky onderwerp van mijn blog over Derrida:  van belofte kunnen we pas spreken wanneer ze onmogelijk is of geuit door een sterfelijk wezen.

Overigens geen misverstand: Erdogan is echt een monster, daar doe ik niets aan af.

Afbeeldingsresultaat voor erdogan


woensdag 29 november 2017

De waarde van verveling

Het zou interessant zijn om eens uit te zoeken wat het nut is van verveling. In de filosofie is behoorlijk wat voorwerk gedaan door lieden als Kierkegaard en Heidegger, en wij hebben onze Awee Prins. Genoeg, dunkt me, om gezond wantrouwen te koesteren tegen het verlangen dat alles leuk moet zijn, boeiend ook.

We kunnen een stap verder gaan. Zo ver dat de lezer afhaakt, voorzover dat niet nu al het geval is, de teller bij de vorige blog in deze serie staat namelijk nog steeds op nul. Ik wentel me dus rond in een soort verveling die natuurlijk aanvoelt. Prettig zal ik niet zeggen, maar er valt zeker aan te wennen. Verveling is de beleving van momenten waarin niets gebeurt, waarop je zit te wachten op het momentum, het moment waarop er iets gebeurt en er bovendien iets kan gebeuren van een andere orde, het onmogelijke.

Goed, de lezer is nu afgehaakt. Ik kan nog verder gaan, totdat het ook mij teveel wordt. Verveling is de beroemde of liever gezegd beruchte ἀκηδια (akèdia) wat eigenlijk de afwezigheid van zorg betekent, de afwezigheid van zorg voor de ander. Dat is nog iets anders dan zorgeloosheid, hoewel ook dat niet ver weg is. Het zesde uur was een berucht uur in de kloosters, maar ook op school is het zesde uur een berucht uur. Je hebt net je lunch op, je energie gaat naar de vertering en voor jou blijft niets over, voor je zorg, je zorg voor jezelf of je zorgzaamheid.

Heidegger weet van alles over zorgeloosheid, maar zal dat toch al gauw afbuigen naar de zorg, de zorg van Plato die uiteindelijk de zorg voor de dood betekende, ἡ ἐπιμελεια ἑαυτου (hè epimeleia heautou, die onmiddellijk ook een ἐπιμελεια του θανατου betekende, een epimeleia tou thanatou, dus zorg voor de dood). Zorgeloosheid is de toestand voordat de mens ontdekt dat hij zorg is, zorg voor zichzelf als sterfelijk wezen, dus zorg voor zijn dood. Er zit dus in elke verveling een levenskern, een besef van leven dat slechts vaag weet heeft van de zorg voor de dood.

Eens kijken of we kunnen botsen, met deze afwezigheid van zorg, deze acedia, eens kijken waar we uitkomen.

Zou het kunnen zijn, vraag ik me af, dat de zorg voor zichzelf en de zorg voor de eigen dood zijn kritische kracht ontleent aan de afstoting van precies dit tegendeel, de afwezigheid van zorg? We zien bij Agamben iets dergelijks, bijvoorbeeld wanneer hij het Dasein onderscheidt van de mens, of althans Heidegger volgt in dit onderscheid, wat vaak over het hoofd wordt gezien, of wanneer hij bij Plato de zorg terugvoert op een omvattender en oorspronkelijker gebruik van het zelf of de dood.

Zou dit ergens op slaan, dan is er in de mens, voorzover hij geen Dasein is, een reservoir van verveling dat hij kan gebruiken om zichzelf als Dasein in het leven te roepen. Iets dergelijks kunnen we bespeuren in de Griekse tragedie zoals die door Nancy en Critchley wordt beschouwd. In elk theater en elke voetbalwedstrijd is een verveling waarin de mens zichzelf voor even beleeft als zorgeloos wezen, in akèdia.

Ongetwijfeld kun je dit ook overbrengen naar onderwijs, waar leerlingen zich steeds zitten te vervelen. Didactiek is voor een groot deel de uitbanning van deze verveling, doordat de leerling wordt gebracht tot de zorg, de zorg die vervolgens vraagt om zijn object, zijn doel, zijn taak. Daartegenover groeit soms het besef dat niet alles leuk hoeft te zijn en dat we verveling in kleine doses moeten toelaten om de zorg op te wekken. Doceren is doseren.

En zo raakt de verveling zelfs terecht in programmatische teksten. Onderwijs hoeft niet altijd leuk te zijn, wordt gezegd. We belanden in een heuse dialectiek. Om zin te ervaren moeten we de verveling op de koop toe nemen, en vice versa, om echt in de verveling te raken zullen we de zin ervan moeten aantonen.

Zo bezien is verveling nog teveel een bewuste, programmatische keuze. Laat het over aan de scholen, aan de instituties en aan de tijd om de verveling zijn werk te laten doen. Vertrouw erop dat de verveling hoe dan ook toeslaat, vooral wanneer we die trachten uit te bannen.

Afbeeldingsresultaat voor acedia


zondag 5 november 2017

Dit is geen gimmick

Nu zie ik een countertenor zingen in het programma van Paul Witteman. Het is voor hem belangrijk, zegt hij, dat het geen gimmick is als hij die rare kopstem opzet, maar dat hij iets te zeggen heeft met muziek, of dat nu met kopstem is of niet.

Ik moet denken aan een passage bij Plotinus die ik vandaag heb gelezen, over de 'hoedanigheid'. Een hoedanigheid is bijvoorbeeld stompneuzigheid bij mensen (leuk vind ik dat het Griekse woord voor stompneuzig 'simon' is, dus heb ik er iets mee te maken, hoewel ik volgens Inez verre van stompneuzig ben). Niet alle mensen hebben een stompe neus, en als je stompneuzig bent zegt dat niets over je (mens) zijn.

En toch staat die 'hoedanigheid' (ποιοτιτης) niet helemaal los van dat zijn. De dingen beschouwd vanuit hun zijn hebben altijd 'hoedanigheid', anders zouden ze iets missen, wat niet kan als je het zijn als iets volmaakts beschouwt.

Daar ligt dus in principe ruimte voor een gimmick om à la postmoderne de status van perfectie op te eisen. Maar dan is er dus die countertenor die dan wel zijn ding doet, maar eraan hecht dat we dat niet als gimmick zien. We moeten dus kunnen weten en wellicht ook horen dat die muziek iets te zeggen heeft.

Met deze gedachtegang dreigen we te belanden in de aporieën van Plato. In dit geval: wat is een gimmick wanneer we die op zichzelf beschouwen, wanneer we een echte gimmick, bijvoorbeeld die van Joost Zwagerman, willen onderscheiden van een fake gimmick?

Ik heb nog geen antwoord op deze netelige kwestie en hoop al verder worstelend met de moeilijke Plotinus een antwoord te vinden. En echt waar, dan zal ik u dat melden.

Afbeeldingsresultaat voor countertenor

zondag 22 oktober 2017

Echt getikt

Kijk je een wedstrijd, of op het andere kanaal een beschouwing over de piano voor de late Beethoven, dan krijg je tegenwoordig geweldig commentaar. Zo geweldig, of je het nu hebt over Frank Snoeks of over (in het geval van Beethoven pianohistoricus Tom Beghin), dat je iets moet doen met je intellect dat hoe dan ook probeert te volgen wat er gebeurt. In het besef - voortaan - van het tekort.

Je gaat dan bijvoorbeeld op de emotie hangen. Of je vertelt aan je medekijkers iets over de late Beethoven of over Marcel Keizer wat jij hebt kunnen volgen waarmee je je intellect demonstreert maar niet je tekort omdat niemand dat kan volgen, noch de buitenstaander noch de echte insider.

Wat is de productiviteit van deze echte, pure middelmaat, de extreme middelmaat?

Sloterdijk zou zeggen: het perfecte is niet perfect omdat het kan worden verbeterd. Daardoor beland je in de tussenfase van degene die nog vorderingen maakt. Te mooi om waar te zijn, deze hypothese.

Waarschijnlijker is dat we blijven verzwakken. Vanuit de briljante hypothese zoeken we het spektakel. Tom Beghin verlaagt zich intussen tot een kattenfilmpje. Wilde de late Beethoven echt zulke snelle tempi? Of was zijn metronoom gewoon kapot omdat Beethoven nu eenmaal vaak boos was, de metronoom op de grond smeet en de kat er zijn muis in zag? En Beethoven zijn emotie vergat zodat hij door alle waarneming heen bleef vertrouwen op de getallen van de metronoom?

En zo blijven we zakken, op die metronoom. Nog verder zakken betekent een hoger tempo, of althans een hoger getal.

Ik schakel weer terug naar Buitenhof waarin Winsemius mocht uitleggen wat hij bedoelde met zijn uitdrukking 'geschiphold'. De vliegmaatschappijen geloven alleen nog in berekeningen, niet meer in metingen. Ze houden zich doof voor de gevoeligheden der omwoners. Die zijn dus geschiphold.

Overeenkomst tussen Schiphol, Beethoven en Frank Snoeks, behalve het oorverdovende kabaal der stemmen: het vertrouwen in nietszeggende cijfers, het nietszeggende vertrouwen in cijfers, het gesimuleerde vertrouwen, het echte wantrouwen, de opsluiting in zichzelf.

Afbeeldingsresultaat voor metronoom kat

Metaselectie

Onderzoekers zijn erachtergekomen dat de mens een factor is geweest in de genetische transformaties van de geit. Kun je hieruit afleiden da...