maandag 1 juni 2015

Ik geloof in de kracht van de bedenker

U kunt niet geloven hoe fijn het is om een leraar te ontmoeten die je op de vreemdste tijden wil bijspijkeren over een onderwerp waarover je niets weet. Neem een zondagochtend, toch een tijd die bedoeld is om niet te werken, zelfs dan reageert die leraar nog op je speculaties!

Aan de andere kant is het volgens de Joden wel degelijk toegestaan om op hun 'zondag', als we de zondag gemakshalve maar even beschouwen als een sjabbat, studie te verrichten. Het niet verrichten van arbeid kan dus prima worden ingevuld met onderzoek. Misschien is dat al een deel van het antwoord op de kwestie hoe je iets kunt oogsten wat niet gezaaid is. Op zondag zaai je niets, rustdag namelijk, maar je oogst wel, bijvoorbeeld inzichten.

En wel in overvloed. Nu weet ik dat schuldenaar en schuldeiser elkaar nodig hebben. Ik verneem dat het Christendom machtig is geworden door oneigenlijk gebruikmaken van intellectueel eigendom. Ik verneem dat het Christendom positief staat jegens machthebbers, en dat een arme rijk en machtig kan worden.

Nu zal elke lezer van het Lucasevangelie de laatsgenoemde les meteen volledig beamen. Nog voor de geboorte van Jezus barst Maria uit in een loflied op God zelf:
Heersers stoot hij van hun troon, en wie gering is geeft hij aanzien.' (Luc. 1,52)
Je zou meteen kunnen zeggen dat het Christendom desondanks toch positief staat jegens machthebbers. Maar je begrijpt ook ineens waarom al die revolutionairen in de geschiedenis zich evengoed lieten inspireren door het Nieuwe Testament. Kortom, beide lessen zijn in het Lucasevangelie in één klap gered: de Christenen staan positief jegens machthebbers, maar toch vooral om hen van hun troon te stoten en plaats te maken voor de geringen. Want dat zijn de eigenlijke machthebbers, althans volgens Lucas. Denk ook aan de herdertjes die bij nachte lagen. Lucas dus. En waar de latere Christenen er anders over denken worden ze regelmatig geconfronteerd met de 'gevaarlijke herinnering' aan Lucas.

Nu zou het boeiend zijn om te kijken of de lessen ook betrekking kunnen hebben op Matteüs en - wie weet - op de parabel van de talenten. De hoofdboodschap is dat Jezus de verwachte Messias is. Je zou Jezus dus zomaar als een 'Messias' kunnen opvatten, 'Christos' in het Grieks. Dat klinkt voor ons erg tautologisch, is Jezus niet dezelfde als Jezus Christus? Christus, de achternaam van Jezus? Maar het bijzondere is dat je nu ineens de betekenis van de teksten kunt gaan invullen met de oude Messiasverwachtingen. Daarin staat voorop dat de geringen en armen bevrijd zullen worden. Opnieuw weer die machtige arm die de overheersers wegvaagt en de armen, weduwen en wezen aan hun recht helpt.

De parabel van de talenten gaat in Matteüs 25 vooraf aan een echt Messiasverhaal. Er wordt verteld dat Jezus wederkomt en dan de bokken van de schapen scheidt. Jezus zegt tegen de schapen, de rechtvaardigen die mogen deelnemen aan het Koninkrijk: 'Ik had honger en jullie gaven me te eten.' Daarmee bedoelt Jezus dat hij zich identificeert met de hongerigen. Daarmee verwijst hij naar een bekende Messiasverwachting waarin verteld wordt dat de Messias komt in de gedaante van een hongerige, een dorstige, een naakte en een vreemdeling.

De parabel van de talenten kun je in dit licht zien als de vervulling van de verwachting dat investeren uiteindelijk loont. Je kunt nog zoveel investeren, maar de kans bestaat altijd dat het je niets oplevert. Daarom moet toch uiteindelijk de Messias eraan te pas komen om de opbrengst te oogsten voor de inrichting van het Koninkrijk van God. Zonder die Messias zijn we aan het wrede toeval overgeleverd dat de talenten al dan niet worden ingezet voor iedereen.

Met andere woorden: we staan allemaal in de schuld bij degene van wie we onze talenten hebben gekregen, en we hebben elkaar nodig. De Messias heeft ons nodig om zijn talenten te vermeerderen, en wij hebben de Messias nodig om de vermeerderde talenten op de juiste wijze te besteden. Het is dus een pure win-winsituatie. Een les die - zoals mijn leraar me heeft geleerd - door de economische wetten elke dag opnieuw weer aan ons wordt geleerd.

Nog een les van mijn leraar: Christenen staan positief jegens machthebbers doordat ze altijd kunnen cashen in het hiernamaals en minder geneigd zijn de machthebbers te relativeren: 'Geef de keizer wat des keizers is'. Zou het toeval zijn dat dit een Matteüs- citaat is (Mat. 22, 21)? Dan is het waar, want het staat geschreven, en deze logica is typisch die van Matteüs. Maar wat is nu precies de materie waarop het staat geschreven, en waarom maakt dat iets uit? Lees het verhaaltje en je komt erachter dat het om een munt gaat met de afbeelding van de keizer erop, wellicht Tiberius. Die munt is van de keizer, en het is dus gewoon een leuke grap om hem iets te geven wat al van hem is, een sigaar uit eigen doos.
Tegelijk omzeilt Jezus met zijn uitspraak meteen de strikvraag of je wel belasting moet betalen aan de Romeinse bezetter. Joodse Farizeeën en Romeins gezinde Herodeanen zetten deze val voor Jezus op. De eersten willen Jezus pootjelappen omdat ze vinden dat Jezus niets aan God wil geven, de laatsten omdat ze vinden dat hij niets aan de keizer wil geven. Maar is het eerste deel van Jezus' antwoord al ironisch, omdat hij de keizer alleen iets gunt wat hij al heeft, het tweede deel is misschien nog ironischer:
'Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.'
Want wat behoort er nu niet aan God toe, volgens de God der Joden en niet te vergeten de God van de Romeinen, niet te vergeten de keizer die zichzelf laat vergoddelijken?

Kun je iemand iets geven wat hij al heeft? Dat is de les waarmee Jezus zijn tegenstanders opzadelt. Extra ironisch bovendien omdat de hele logica van het Matteüsevangelie verloopt via voorspellingen die uitkomen, en steeds weer anders uitkomen dan iedereen verwacht. Ja, Jezus hebben de Farizeeën en Herodeanen al te pakken. Nee, niet met hun strikvraag. Ja, want Jezus voorspelt dat hij zal lijden, sterven en weer zal verrijzen. Nee, dat sterven en verrijzen is niet zijn zelfgave maar de gave van God, enzovoort. Ik zou zeggen: de uitkomst van de voorspellingen is even voorspelbaar als de betekenis van de munt.

Dan komen we nu bij het hoofdissue. Dat is de kracht van de bedenker die het in de economie vaak wint van de kopieerder. Is er een betere kopieerder denkbaar dan degene die alle voorspellingen vervult? Je kunt zoiemand moeiteloos zien als een kopie die beter is dan alle eerdere kopieën. Jezus, de betere kopie van al zijn voorgangers die staan opgesomd in Matteüs 1,1 en verder. Het Christendom, de betere kopie van het originele Jodendom.

Met een zijblik naar Plato zou je je kunnen afvragen waarom er toch zoveel bedenkingen bestaan jegens een perfecte kopie. Stel dat er een vervalser optreedt die zo goed kan vervalsen dat iedereen hem herkent als een volstrekt originele geest. Zou dat voor de economie enig verschil maken? Ook in het tijdperk van de technische reproduceerbaarheid?

Het zou kunnen dat Matteüs nog niet deelnam aan dat tijdperk, door een wonderlijke 'Gnade der Frühgeburt' om de uitspraak van Duitse naoorlogse politici te parafraseren. Is Matteüs daarmee automatisch een originele geest, een 'bedenker'? Ja, maar dan hooguit in de zin zoals een meestervervalser origineel is. Matteüs laat niets na om te onderstrepen dat hij niets zelf bedenkt en dat hij alleen maar vaststelt dat alle voorspellingen zijn uitgekomen. Dat is precies zijn genie, zijn talent. Maar het is geen origineel talent, want de belangrijkste tekstvorm van de Joden was in die tijd de midrasj, de manier - en wellicht mag je ook techniek zeggen om betekenis te halen uit een bijbelvers.

Zou het kunnen zijn, vraag ik me af, dat mijn leraar bedoeld of onbedoeld een midrasj heeft geschreven bij Matteüs? Hij begrijpt hem uitstekend, zo goed dat zijn uitleg een volmaakte kopie van Matteüs kan worden genoemd, wat mij betreft.

Of daarmee de uitleg van mijn leraar automatisch waardeloos is geworden omdat hij geen 'bedenker' is, kan ik niet beoordelen. Zoals gezegd, ik heb geen talent voor economie, laat staan voor bedenken, laat staan voor het geloofwaardig kopiëren van een bedenker.

Wel wil ik het gelijk van mijn leraar tot slot onderstrepen met een Matteüs-citaat. Het citaat bewijst dat het waar is wat mijn leraar zegt, namelijk dat Christenen alleen maar schatten in de hemel willen bewaren omdat ze het liefst in slavernij leven en anderen er ook toe willen verleiden. Tegelijk, en voor mij is die les nog moeilijk te behapstukken, denken ze in het hiernamaals meer te kunnen cashen dan in het heden. Soms moet je een leraar gewoon op zijn woord geloven, omdat je hart je ingeeft dat hij gelijk heeft, al kun je het met je verstand niet bevatten en is je hart misschien nog ver weg, in de hemel:
Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
 Niet dat ik Christen ben, maar dankzij mijn leraar krijg ik wel zin om het weer te worden, al was het alleen maar vanwege de economische beloften die erin vervat liggen.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ik leg het je nog één keer uit

Bijna geen woord richt meer schade aan dan uitleggen. Hoezo? Dat zal ik je uitleggen. Een of andere Franse filosoof heeft een keer uitgele...