zondag 22 juli 2012

Spiegel van onverstaanbaarheid

Aan Mulisch vroegen ze ooit waarom hij toch zo onbegrijpelijk schreef. Hij antwoordde dat hij de wereld onbegrijpelijk vond, en die onbegrijpelijkheid wilde hij weerspiegelen.

Weerspiegeling is een helder gebeuren. Mensen hebben Mulisch uitstekend begrepen wanneer ze zijn boeken onbegrijpelijk vinden. Maar als je het uitstekend hebt begrepen, kan het zo onbegrijpelijk nog niet zijn.

Er komt dus altijd meer over dan je denkt, van het onbegrijpelijke.
Vooral voor iemand die zich wil verschansen in het onbegrijpelijke is dat een tegenvaller.

Het is dus zaak om die tegenvaller te slikken. Doe je dat niet, dan wordt de spiegel je verschansing.

donderdag 12 juli 2012

Goed geluk

Vroeger zat ik midden in het geluk.
Krakende platen.
Tikkende naalden.

Op mijn sofa brei ik nog voort op dat geluk.
Ik bouw me vast in mijn verhaal, mijn labyrint, mijn cocon.

Nodig is een slimme combi tussen Daedalos, Ariadne, Penelope.
Welke lichtzinnigheid brengt me van de grond?
Welke draad grijp ik om buiten te komen?
Hoe ontrafel ik onopvallend mijn feestkleed?





zondag 8 juli 2012

Reset


Zou er een emotionele deconstructie kunnen bestaan? Aangenomen dat emoties altijd vanzelf al gekoppeld zijn aan gedachten zou de vraag 'Wat voel ik?' aanduidingen kunnen zijn van dit soort koppelingen. Ze zijn dan de aankondiging van andere koppelingen, andere emoties en gedachten.

Omdat het denken even buitenspel wordt gezet moet je concluderen dat de psychologie zelf een barst vertoont. De therapie is niet meer volledig herleidbaar tot de psychologie, is geen toepassing meer van de psychologie. De opening tot deze prioriteit van de therapie boven de psychologie ligt besloten in de techniek. Techniek is meer dan toepassing en realisering van een doel. De doelen worden gesteld (verondersteld, bijgesteld etc.) in de therapie zelf. De doelen zijn niet alleen ideaaltoestanden (bijvoorbeeld normaliteit, het functioneren in de samenleving) maar ook de verwachting dat er iets verandert, en wel zo dat je niet weet hoe. Meestal wordt dat uitgedrukt met negatieve termen als bevrijding en genezing, negatief in de zin dat we wel zeggen dat de eerdere dwangverhouding voorbij is, maar niet waarvoor die na de therapie wordt ingewisseld.

Waarom is een therapie geen filosofie? Omdat de techniek zijn eigen verduistering als noodzakelijk element bevat. Gedachten worden tijdelijk 'uitgeschakeld' en maken plaats voor absurde assumpties zoals die van een lichaam dat juist dankzij deze uitschakeling beter kan functioneren. Dat ook filosofen dit absurdisme kunnen aanhangen is enigszins zichtbaar aan het gegeven dat ook zij therapie kunnen ondergaan. De theorie verbergt dit absurdisme door zichzelf te verdelen rond een lichaam-geestdualisme. Daarbij roepen het geloof in een puur fysieke oorsprong en het geloof in pure gedachten elkaar voortdurend op.
Omdat dit dualisme voor de filosofie zelf onverdraaglijk is wordt gegrepen naar holisme (eenheid van geest en lichaam). Dat onttrekt de technische aard van wat hier gebeurt aan het zicht. Ook het pragmatisme is een poging het dualisme glad te strijken, maar gaat zelf tewerk door gedachten uit te schakelen. In die zin is elke therapie pragmatisch, maar dan zonder de filosofische pretenties van het pragmatisme.

Een interessante metafoor voor de zelfverduistering van de techniek als onderdeel van de techniek zelf is de term 'resetten'. Je schakelt het hele apparaat uit als manier om opnieuw en beter op te starten. Hoewel de term metafoor nog tezeer tot de wereld van het denken behoort, opent ze wel zicht op wat gebeurt. In elke therapie wordt verondersteld dat het denken wordt uitgeschakeld, dat het mogelijk is en dat het ook werkelijk gebeurt. Deze uitschakeling wordt vervolgens opgenomen in een logische synthese, maar andersom is evenzeer waar: de logische samenhang van de therapie blijft gericht op de vraag: 'Wat voel ik?' als onderbreking van het denken.

Je zou daarom ook naar de dialectiek kunnen grijpen omdat daar de negatie als onmisbaar moment wordt geponeerd, met dien verstande dat het in de therapie gaat om de negatie van het denken überhaupt, terwijl dit in de dialectiek van hegeliaanse snit absurd zou zijn. De negatie is daar een moment in het denken, wat zich vormt is het begrip als zodanig, niet een proces dat dit begrip verstoort en ontregelt.

Emotionele deconstructie zou 'denkbaar' kunnen zijn als reset van het denkbare.

Je zou kunnen aanknopen bij termen als farmakon en autoimmuniteit om deze zelfuitschakeling van de techniek verder te doordenken.

zondag 24 juni 2012

Complexus

Een klein stukje lezen in een dik boek.
Het geeft je het gevoel te zijn in een groot universum.
Je blijft ergens omdat je niet elke keer zonodig dat hele gebied moet doorkruisen.
Maar je was toch al in zo'n universum?
Ja, maar je wil ook dat gevoel van geborgenheid.


donderdag 21 juni 2012

Muizenorakel

Het orakel oprakelen, zo zou je uitleg kunnen omschrijven.
Zo zit uitleg vast aan geleg en is het zelf geleg.

Hoe dan ook, er wordt altijd iets gelegd.
Bijvoorbeeld staafjes in een pot (het Afrikaanse muizenorakel).

Laat dan muizen naar binnen door de gaten aan de onderkant te openen.
De muizen vinden hun weg en verwarren de staafjes. Dat vraagt om uitleg, door priesters.

Naar men zegt moet je een relatie met de muizen hebben. Wilde muizen, dat is niks
Je moet de dieren in huis houden en de juiste kruiden voeren.

Ik interpreteer dat als volgt. De wilde muis is nog teveel een soort. Die geeft je de schijnzekerheid dat zijn waarheid losstaat van jouw projecties. Je moet daarom de basis van het orakel voorzien van gaten die je kunt openen.

Zo is de orakelpot een metafoor voor de orakeltechniek.

De techniek (voorbereiding, vervaardiging van het middel, interpretatie, opleiding etc.) zal dus, naar ik vermoed, een projectieverstorende functie hebben.

Projecties zijn staafjes die door een inbreuk van buitenaf worden verstoord.
Die dus geen echte verstoring meer kan zijn naarmate ze ingeweven is in de techniek.

Zo kunnen we de oorsprong van de techniek steeds uitbreiden naar verte en verleden.

Het wachten is op de muis die op het hoogtepunt van de celebratie van de techniek de hoop op waarheid in leven houdt.



Draagtijd

Er is altijd tijd nodig voordat de leg plaatsvindt.
En er is verschil tussen de leg en de uitbraak.

Zodoende weet je nooit de tijd van je ontstaan.
Zodoende ken je jezelf niet, evenmin als je zelf.

Zodoende blijf je altijd kind, terwijl je ook wel weet dat dat niet zo is.
Zodoende blijft er aan elke logica iets knagen, al kun je ook weer niet ontsnappen naar een gebied zonder betekenis (misschien was je daar al).

De écriture van Cixous stelt dit alles zo ongeveer vast aan het oeuvre van de 'jonge Joodse heilige' Jackie ('Jacques') Derrida.

Ze omcirkelt diens Circonfession, waarin Derrida de Confessiones omcirkelt (als echte of bastaardlogocentrist).

We blijven in een Algerijns-Frans universum, waarin plaats is voor liefde voor het Frans.

Door het Frans sijpelt het Hebreeuws.
Maar zeker ook het 'Latijn en Grieks', of misschien beter: het 'Grieks en Latijn'.

En dan vooral het Latijn.
En dan vooral het Latijn van de Confessiones.

De moeder overlijdt bijna tijdens het schrijven van Circonfession.
Draagtijd van het overlijden: zo is de schrijver zelf de moeder, en sterft hij na de dood van zijn moeder, zoals hij voorziet.

De omkering van moeder en kind in het christendom  (Maria de godsmoeder).

Ik herinner me niet dat Cixous, in haar typering Gross und Klein (zij stamt af van de Duitse familie Klein), 'gross' associeert met 'grossesse', zwangerschap. En wie zou het kind anders zijn dan de Kleine? En is zij vanwege de symbiose en het pijnlijke schrijfproces niet tevens de moeder van Derrida geworden, van minstens een Derrida?

De belangrijkste les voor mij: de écriture is geen heilig reservaat van betekenisloosheid, maar draagtijd, mogelijk, zo je wil onmogelijk. Hier en daar, geleidelijk en plotseling, springen er betekenissen uit tevoorschijn.

Bij elke ontzelving is ook mijn zelf in het spel. Er is een soort Platoonse participatie in het spel. We zijn allemaal joodse Franse Algerijnen uit de jaren '40, we zijn allemaal Augustinus, allemaal Monica.

Daarom heb ik dit boek gelezen, daarom heb ik het gekregen.



vrijdag 8 juni 2012

Betoverd door realiteit

Ineens bedenk ik me dat die zogenaamde realiteit, waarin ik geleerd heb niet te geloven, ons wel blijft biologeren. Of: misschien kun je het beter andersom zeggen. Wat ons zo biologeert noemen we maar realiteit, bij gebrek aan beter.

Het Lacanianisme van een Zizek slaat munt uit deze fascinatie. Het Kantianisme doet al alsof we de betovering achter ons hebben gelaten. De hantologie bijt zich vast in de effecten.

We hebben dus onze fascinatie, ons geloof in een realiteit erachter, die ons dan weer fascineert, en de realiteit van de fascinatie.

Zou het einde van de filosofie hier iets mee te maken hebben? Met het opgeven van ons geloof dat we nog kunnen kiezen tussen realiteit en idee, tussen betovering en ontnuchtering? Dan zijn we na het einde van de filosofie zeker niet in de realiteit beland.


Vrede is een rommeltje

Hoe kan het toch dat we in onze wereldvisie steeds weer gepolariseerd raken? Wees blij, zei een vriend, nu is er tenminste iets om voor te v...