woensdag 22 mei 2019

De kracht van het nietszeggende

Het overkomt me zo nu en dan, maar de laatste tijd steeds minder. Dat de columns van Nico Dijkshoorn me iets doen. A fortiori geldt dit voor Aaf Brandt Corstius en anderen. Het maakte steeds minder indruk. Daardoor ging ik me afvragen waarom ze nog geschreven werden. En waarom ik zin had om te blijven lezen en schrijven over de krant. Mijn krant is toevallig de Volkskrant, maar uw krant kan eenzelfde vraag oproepen: waarom hebben we zin om het te lezen en erover te praten?

Ik kan wel allerlei antwoorden opwerpen. Het beste dat ik kan verzinnen is dat al deze columnisten iets weten aan te voelen en verwoorden dat hoort bij ons. Bij onze tijdgeest, ons zoals we nu zijn. Dat is knap, want die taal reageert weer op zijn weergaven in columns enzo, waardoor die columns voortdurend worden geconfronteerd met waar ze op achter lopen, de taal die op straat wordt gebezigd en de issues die er worden opgeworpen. Wedstrijdje dat maar doorgaat.

In Dijkshoorn trof me vandaag het zinnetje: 'In werkelijkheid keken er in Nederland 37 mensen en een schildpad.' Hij heeft het dan over allerlei politici die in Amerika moeten duidelijk maken dat Nederland echt spectaculair is. Dat moet dan weer verklaren waarom Balkenende en Baudet naar Amerika gaan om daar te vertellen wat Nederland zo boeiend maakt. Het zinnetje van Dijkshoorn vertelt me dat iedereen wel weet hoe het zit, maar de mot vliegt om de kaars en het spektakel is aantrekkelijker dan wat iedereen toch wel weet.

Hoe krijg je het dan toch voor elkaar om nog de aandacht te vestigen op wat geen spektakel is, het nietszeggende?

Dijkshoorn krijgt het voor elkaar met ironie. Hij overdrijft het spektakel zodat je ziet dat het niets voorstelt en van de weeromstuit interesse opbrengt voor wat geen spektakel is. Ironie is wel een moeilijk ding. We vinden de overdrijvingen net iets te grappig en vergeten dat het Dijkshoorn om iets anders dan die overdrijving ging. Maar we hebben dan toch een momentje gehad van gniffel of van nostalgie naar de tijd dat we Dijkshoorn verrassend of gewoon aandoenlijk vonden, met die bril die hij afzet enzo.

Ik wil het eigenlijk helemaal niet over Dijkshoorn hebben. Maar er zit blijkbaar een kracht in die man waardoor we vergeten wat we eigenlijk wilden zeggen. Dat zegt dan ook weer iets. Het zegt iets over de kracht van het nietszeggende. Via Dijkshoorn verlangen we naar het nietszeggende, wat ons altijd nog te veelzeggend is. Voorbij dat veelzeggende wordt Dijkshoorn zo een symbool van het echte nietszeggende. Datgene wat ligt voorbij ons verlangen, het zegt ons niets, en dat het ons niets zegt vergeten we doordat we het erover hebben en er dan toch weer een hele blog aan hebben gewijd. Zo sterk is het.

Afbeeldingsresultaat voor schildpad dijkshoorn

vrijdag 10 mei 2019

Orakel voor orakel

Het zou zo kunnen werken. Je gaat naar het orakel en raadpleegt het. Een oude vrouw vertegenwoordigt de god, een priester legt voor je uit wat ze bedoelt. Het orakel komt tot je van onbegrijpelijk naar begrijpelijk. Maar als je het begrijpt, voorzover je het begrijpt, hoe kan het dan nog onbegrijpelijk zijn?

Toch is er altijd weerstand geweest tegen orakels. Mensen, praat toch begrijpelijk! Vriendelijk gezegd zou je kunnen denken dat deze verzuchting neerkomt op: Mensen, spreek als een priester! Maar het kan ook gewoon dat de verzuchter niet wanhopig genoeg is om naar het orakel te gaan, ja zelfs om iemand anders te sturen.

Zou het kunnen, leg ik hier voor u neer, dat ik met mijn blogs bezig ben u en mezelf op het belang van orakels te wijzen? Niet door het orakel begrijpelijk te maken, maar om wat begrijpelijk is onbegrijpelijk te maken? Dat zou verklaren waarom ik zo vaak de vorm van het commentaar kies, de boekbespreking met name. Ik neem aan dat het boek begrijpelijk is en kan worden gelezen. Vertrekkend vanuit die aanname zoek ik naar de grens waarop de onbegrijpelijkheid van het boek in beeld komt.

Zo verander ik zelf langzaam in een orakel. Niet dat ik een god ben, zelfs niet in het diepst van mijn gedachten, maar een murmelend oud mannetje (vandaag 57 geworden).

Er zit een noodzakelijke beweging in deze verandering. Wie met orakels omgaat wordt erdoor besmet. Mochten we de oude Grieken geloven, dan moeten we ons wel realiseren dat deze besmetting een tegenbesmetting is. Via het orakel zoeken we redding van een besmetting die ons teistert.

Ergens hopen we dat het een niet neerkomt op het ander. We hebben weet van het risico dat het orakel de besmetting verergert en uitbreidt. Maar dat is nu eenmaal nodig soms, om de genezing zijn kans te geven.

Afbeeldingsresultaat voor delphi

zaterdag 3 november 2018

Eventjes nadenken bij voetbal

Het is altijd vermakelijk om te luisteren naar de taal rond voetbal. Vroeger was het vooral lachen om de kromme formuleringen en de taalfouten. Toen kwam Cruijff, die door die kromme formuleringen heen ook prikkelende gedachten weefde. Nu is de taal een stuk correcter. Ze zeggen zij in plaats van hun, en ze beseffen iets in plaats van zich. Maar die heerlijke mix van denken en aparte taal blijft.

Het zal zeker ook te maken hebben met mijn milieu, waar iets aarzelender wordt gezocht naar juiste formuleringen. De commentatoren praten meteen, en denken meteen. Wat ik dus voor voetbal verslijt is voor een deel gewoon de kennismaking met de wereld buiten mijn sfeer.

Niettemin. Ik voel me geprikkeld om na te denken wanneer wordt gezegd dat het een honderdprocent kans was en er niet inging. Wat is dan een honderdprocent kans? Je zit meteen in het hart van het probleem van het mogelijke zoals gedacht door Aristoteles, en de adunamia die Agamben uitwerkt. Als iets mogelijk is kan het ook niet worden gerealiseerd. En dat is echt iets anders dan wanneer het niet kan worden gerealiseerd.

Het rare is dus dat de heren bij de nabespreking al die fantastische paradoxen zonder ogenknipperen uitspreken. Het is onduidelijk of ze zich van de kracht van hun gedachten bewust zijn. Daarom val ik zelf makkelijk terug in de rol van uitlegger. Ik schakel om van de rol van kijker naar beschouwer en uitlegger. Maar daarmee zit ik meteen op achterstand. De commentator draait bij me weg en heeft al gescoord.

Misschien kun je door voetbal, of naar aanleiding van voetbal, anders nadenken over problemen zoals het recht. Rond voetbal wordt over recht gesproken als iets dat iedereen kan navoelen, maar probleemloos bestaat naast het formele recht. Je verliest de wedstrijd, terecht, want je scoort minder goals, maar je had wel recht op de overwinning. Bijvoorbeeld omdat je beter hebt gespeeld. Ook wordt gezegd dat iedereen deze voetballer alles gunde, gewoon omdat het zo'n leuke gozer is. Normaal gesproken dodelijk voor een voetballer die geacht wordt te vechten voor de bal, maar iedereen begrijpt dat het gunnen niet ten koste gaat van de strijd en dus het amusement.

Ik vraag me af of het voetbal me niet nog meer geeft. Bijvoorbeeld een voorbeeld voor een stijl van denken. Een commentator probeert vanuit het spel een gedachte te ontwikkelen, maar laat zich meteen daarop weer afleiden door wat er op het veld gebeurt. Het denken raakt zodoende verweven met wat er gebeurt, het herkrijgt zijn plaats in het bestaan als bespiegeling en mijmering.

Daniël de Ridder is voor mij een topper. Hij zegt dat Groningen niet alleen de laatste weken kansen heeft laten liggen, maar ook dat ze dat systematisch hebben gedaan. Ik kan hierom lachen, en wel van harte, en me cruijffiaans verwonderen. Ik kan het gebruiken als aanleiding om diep de filosofie in te duiken. Wat zegt het over kansen en kairos dat je die systematisch kunt laten liggen door ze te benutten, weliswaar zonder resultaat?

Maar iets in mij of vanuit het voetbal zegt me dat het graven niet de bedoeling is. Verwondering is een oppervlakte-effect. Daarna gaan we weer door naar de volgende wedstrijd, waarin we verzinken. Het denken is bestemd om eventjes licht uit de slaap te ontwaken en dan weer snel terug te zakken, in heerlijke verzinking. Deze blog is klaar, hij mag wegzinken.

Afbeeldingsresultaat voor daniël de ridder

vrijdag 6 juli 2018

Metaselectie

Onderzoekers zijn erachtergekomen dat de mens een factor is geweest in de genetische transformaties van de geit. Kun je hieruit afleiden dat hiervoor de gangbare opvatting was dat de soort zich ontwikkelde geheel buiten de mens om? Dat zou pas raar zijn. Even bijzonder is het als we eigenlijk altijd al dachten dat de menselijke factor medebepalend was. Dan worden we verrast door een onderzoek dat onze (al dan niet onbewuste) opvattingen bevestigt.

Het blijft altijd rommelen met dat woord factor. Wat betekent het dat er iets ergens wordt gemaakt? Want dat is het, het woord factor betekent gewoon 'maker'. Zijn we eindelijk van die scheppergod verlost, voeren we hem toch weer in via het woord factor. Daarbij kun je eventueel ook aan de platoonse demiurg denken, de goddelijke instantie die de wereld heeft gemaakt en daarna aan zichzelf overlaat.

Neem nu de bef van de geit. Dat is volgens onderzoekers een resultaat van domesticatie. De vachtkleur zit bij verschillende dieren in hetzelfde 'dna-hoofdstuk'. Het is duidelijk: de mens kan geen factor zijn omdat het dna dat al is. De domesticatie zelf, die de verandering van de vachtkleur moet verklaren, wordt blijkbaar niet als menselijk ingrijpen ervaren.

Zo moeten we misschien concluderen dat er een selectie van de selectie is, een metaselectie. Selectie is bijvoorbeeld dat we bij het slachten de geit selecteren die het minste melk geeft. Metaselectie is dat we deze selectie beschouwen als selectie in plaats van een logisch gevolg van het natuurlijke verschil in melkproductie.

Deus sive natura.

Afbeeldingsresultaat voor poes bef

zaterdag 19 mei 2018

Het zijn inderdaad ook beesten, Trump

Beste Donald Trump,

toen je de illegale immigranten animals noemde, dacht ik na enig afgrijzen: het is een eye opener. Inderdaad, het zijn ook beesten, beste Mr. President!

Het duurde even voordat ik doorhad wat u zei. Die illegale immigranten hebben toch recht op een menselijke behandeling, dacht ik. Maar daarmee bracht ik mezelf in een tegenspraak. Het zijn namelijk illegalen, dus het zou raar zijn om hen rechten toe te kennen die ze doordat ze zijn wat ze zijn niet hebben.

Het is raar dat ik me tot u richt, u hebt al zoveel aandacht. Maar ik zie dat beesten dat ook doen, de roep van de merel wordt beantwoord door de andere merel, of door de zwartkop. De mussen zijn de hele dag door druk met elkaar in gesprek.

Wat u probeert te zeggen in uw onhandigheid is dat we meer oog moeten krijgen voor de toon en de manier waarop politieke leiders elkaars roep beantwoorden. Is China in opkomst, en werpt Poetin een hengeltje uit met blote bast, en haalt Erdogan er voetballers bij, dan kun je niet volstaan met humanistische subtiliteiten. Het humanisme is voorbij, nu moeten we van beest tot beest.

Daar zit een challenge in, en ook een kans. Het kan alleen maar beter!

Yours sincerely,

Anthony Simons

 Afbeeldingsresultaat voor poetin bear

donderdag 26 april 2018

Dat is juist goed!

Het is niet altijd makkelijk om te kijken naar praatprogramma's. Maar waarom niet? We krijgen het advies om gezonder te eten, meer te bewegen, en mensen die dat zelf ook hebben gedaan. Daar hebben ze veel voordeel van gehad!

Er zit een sfeer omheen van een vrolijk tempo waardoor je denkt: o, ik heb iets gemist, er was iets verrassends aan de hand.

Maar nu begin ik langzaam, heel langzaam, door te krijgen dat dit juist de ideale manier is om te vertragen. Wil je echt vertragen, dan moet je niet ineens stoppen. Je moet juist met je gebaren versnellen zodat de inhoud de kans krijgt om door de vele herhalingen langzaam tot rust te komen.

En zo kijk ik naar Max met die twee leuke presentatoren, Martine en die man van Wakuwaku (Sybrand?), en er is iets met lekker kokkerellen, en een vrouw die vrienden heeft verloren aan kanker. Het wordt serieuzer. We laten het besef indalen dat we meer moeten bewegen en gezonder moeten eten.

Afbeeldingsresultaat voor martine van os sybrand koken


vrijdag 30 maart 2018

Armoede is iets voor anderen - Syrische kinderen in Turkije

We kennen Turkije vooral van Erdogan. Dat vinden we echt interessant. Inclusief dus de deal die mede door Samsom met Erdogan werd gesloten om onze lastpakken ter plekke te laten opvangen. Dat Erdogan graag bij ons wilde horen was voldoende garantie om hem te kunnen verkopen hier, als uithangbord van onze privileges. Kan het idealer, een uithangbord dat tegelijk Gaststätte is?
Vandaag (ik lijk Grunberg wel) trof mij het artikel van Rob Vreeken met de titel 'Gevluchte kinderen te arm voor school'. Zielig hè? Het gaat over Syrische kinderen die in de omringende landen terecht komen en voor wie het moeilijker wordt om naar school te gaan. Ligt dat aan monster Erdogan? Ik zoek even de juiste tekst in de kleine letters van dit artikel op p.8 (de voorpagina gaat over de eeuwige kinnesinne met Rusland, bijna net zo aantrekkelijk als Trump). Ik zoek vergeefs naar de naam Erdogan.

Wel gaat het steeds om 'Turkije', ook alweer zo'n ongemakkelijke naam. Maar in dit geval komt Turkije goed weg. Turkije is gastvrij, neemt het leeuwendeel van de vluchtelingen, doet er alles aan. In zekere zin kunnen we van een overwinning spreken. De laatste zin: 'Eind vorig jaar zaten er voor het eerst meer Syrische kinderen op een Turkse school dan op een tijdelijke.' Hoera! Turkije accepteert dat de Syrische kinderen niet spoedig teruggaan en werkt eraan mee dat de 3,4 miljoen vluchtelingen een toekomst in eigen land of verderop kunnen krijgen.

Zo ver is het nog lang niet. De hoofdboodschap blijft treurig en tragisch. Naar schatting 43% van de schoolgerechtigde Syrische kinderen in de omringende landen gaat niet naar school, tegenover 36% een jaar eerder. Armoede is de reden.

We kunnen dus - met of zonder Agamben - dwepen met de armoede, maar dan moet je toch eerst enkele denkbewegingen maken, anders wordt het onsmakelijk.

Je kunt nu overgaan tot het zoeken van de ware schuldige, en als je Sophocles' Oedipous leest ligt die schuldige altijd dichterbij dan je had gedacht. Begin er maar niet aan. Ook Vreeken komt uit bij de donorlanden die niet doneren wat ze beloven. En zo komen we toch weer terecht in het tricky onderwerp van mijn blog over Derrida:  van belofte kunnen we pas spreken wanneer ze onmogelijk is of geuit door een sterfelijk wezen.

Overigens geen misverstand: Erdogan is echt een monster, daar doe ik niets aan af.

Afbeeldingsresultaat voor erdogan


Vrede is een rommeltje

Hoe kan het toch dat we in onze wereldvisie steeds weer gepolariseerd raken? Wees blij, zei een vriend, nu is er tenminste iets om voor te v...