vrijdag 30 maart 2018

Armoede is iets voor anderen - Syrische kinderen in Turkije

We kennen Turkije vooral van Erdogan. Dat vinden we echt interessant. Inclusief dus de deal die mede door Samsom met Erdogan werd gesloten om onze lastpakken ter plekke te laten opvangen. Dat Erdogan graag bij ons wilde horen was voldoende garantie om hem te kunnen verkopen hier, als uithangbord van onze privileges. Kan het idealer, een uithangbord dat tegelijk Gaststätte is?
Vandaag (ik lijk Grunberg wel) trof mij het artikel van Rob Vreeken met de titel 'Gevluchte kinderen te arm voor school'. Zielig hè? Het gaat over Syrische kinderen die in de omringende landen terecht komen en voor wie het moeilijker wordt om naar school te gaan. Ligt dat aan monster Erdogan? Ik zoek even de juiste tekst in de kleine letters van dit artikel op p.8 (de voorpagina gaat over de eeuwige kinnesinne met Rusland, bijna net zo aantrekkelijk als Trump). Ik zoek vergeefs naar de naam Erdogan.

Wel gaat het steeds om 'Turkije', ook alweer zo'n ongemakkelijke naam. Maar in dit geval komt Turkije goed weg. Turkije is gastvrij, neemt het leeuwendeel van de vluchtelingen, doet er alles aan. In zekere zin kunnen we van een overwinning spreken. De laatste zin: 'Eind vorig jaar zaten er voor het eerst meer Syrische kinderen op een Turkse school dan op een tijdelijke.' Hoera! Turkije accepteert dat de Syrische kinderen niet spoedig teruggaan en werkt eraan mee dat de 3,4 miljoen vluchtelingen een toekomst in eigen land of verderop kunnen krijgen.

Zo ver is het nog lang niet. De hoofdboodschap blijft treurig en tragisch. Naar schatting 43% van de schoolgerechtigde Syrische kinderen in de omringende landen gaat niet naar school, tegenover 36% een jaar eerder. Armoede is de reden.

We kunnen dus - met of zonder Agamben - dwepen met de armoede, maar dan moet je toch eerst enkele denkbewegingen maken, anders wordt het onsmakelijk.

Je kunt nu overgaan tot het zoeken van de ware schuldige, en als je Sophocles' Oedipous leest ligt die schuldige altijd dichterbij dan je had gedacht. Begin er maar niet aan. Ook Vreeken komt uit bij de donorlanden die niet doneren wat ze beloven. En zo komen we toch weer terecht in het tricky onderwerp van mijn blog over Derrida:  van belofte kunnen we pas spreken wanneer ze onmogelijk is of geuit door een sterfelijk wezen.

Overigens geen misverstand: Erdogan is echt een monster, daar doe ik niets aan af.

Afbeeldingsresultaat voor erdogan


woensdag 29 november 2017

De waarde van verveling

Het zou interessant zijn om eens uit te zoeken wat het nut is van verveling. In de filosofie is behoorlijk wat voorwerk gedaan door lieden als Kierkegaard en Heidegger, en wij hebben onze Awee Prins. Genoeg, dunkt me, om gezond wantrouwen te koesteren tegen het verlangen dat alles leuk moet zijn, boeiend ook.

We kunnen een stap verder gaan. Zo ver dat de lezer afhaakt, voorzover dat niet nu al het geval is, de teller bij de vorige blog in deze serie staat namelijk nog steeds op nul. Ik wentel me dus rond in een soort verveling die natuurlijk aanvoelt. Prettig zal ik niet zeggen, maar er valt zeker aan te wennen. Verveling is de beleving van momenten waarin niets gebeurt, waarop je zit te wachten op het momentum, het moment waarop er iets gebeurt en er bovendien iets kan gebeuren van een andere orde, het onmogelijke.

Goed, de lezer is nu afgehaakt. Ik kan nog verder gaan, totdat het ook mij teveel wordt. Verveling is de beroemde of liever gezegd beruchte ἀκηδια (akèdia) wat eigenlijk de afwezigheid van zorg betekent, de afwezigheid van zorg voor de ander. Dat is nog iets anders dan zorgeloosheid, hoewel ook dat niet ver weg is. Het zesde uur was een berucht uur in de kloosters, maar ook op school is het zesde uur een berucht uur. Je hebt net je lunch op, je energie gaat naar de vertering en voor jou blijft niets over, voor je zorg, je zorg voor jezelf of je zorgzaamheid.

Heidegger weet van alles over zorgeloosheid, maar zal dat toch al gauw afbuigen naar de zorg, de zorg van Plato die uiteindelijk de zorg voor de dood betekende, ἡ ἐπιμελεια ἑαυτου (hè epimeleia heautou, die onmiddellijk ook een ἐπιμελεια του θανατου betekende, een epimeleia tou thanatou, dus zorg voor de dood). Zorgeloosheid is de toestand voordat de mens ontdekt dat hij zorg is, zorg voor zichzelf als sterfelijk wezen, dus zorg voor zijn dood. Er zit dus in elke verveling een levenskern, een besef van leven dat slechts vaag weet heeft van de zorg voor de dood.

Eens kijken of we kunnen botsen, met deze afwezigheid van zorg, deze acedia, eens kijken waar we uitkomen.

Zou het kunnen zijn, vraag ik me af, dat de zorg voor zichzelf en de zorg voor de eigen dood zijn kritische kracht ontleent aan de afstoting van precies dit tegendeel, de afwezigheid van zorg? We zien bij Agamben iets dergelijks, bijvoorbeeld wanneer hij het Dasein onderscheidt van de mens, of althans Heidegger volgt in dit onderscheid, wat vaak over het hoofd wordt gezien, of wanneer hij bij Plato de zorg terugvoert op een omvattender en oorspronkelijker gebruik van het zelf of de dood.

Zou dit ergens op slaan, dan is er in de mens, voorzover hij geen Dasein is, een reservoir van verveling dat hij kan gebruiken om zichzelf als Dasein in het leven te roepen. Iets dergelijks kunnen we bespeuren in de Griekse tragedie zoals die door Nancy en Critchley wordt beschouwd. In elk theater en elke voetbalwedstrijd is een verveling waarin de mens zichzelf voor even beleeft als zorgeloos wezen, in akèdia.

Ongetwijfeld kun je dit ook overbrengen naar onderwijs, waar leerlingen zich steeds zitten te vervelen. Didactiek is voor een groot deel de uitbanning van deze verveling, doordat de leerling wordt gebracht tot de zorg, de zorg die vervolgens vraagt om zijn object, zijn doel, zijn taak. Daartegenover groeit soms het besef dat niet alles leuk hoeft te zijn en dat we verveling in kleine doses moeten toelaten om de zorg op te wekken. Doceren is doseren.

En zo raakt de verveling zelfs terecht in programmatische teksten. Onderwijs hoeft niet altijd leuk te zijn, wordt gezegd. We belanden in een heuse dialectiek. Om zin te ervaren moeten we de verveling op de koop toe nemen, en vice versa, om echt in de verveling te raken zullen we de zin ervan moeten aantonen.

Zo bezien is verveling nog teveel een bewuste, programmatische keuze. Laat het over aan de scholen, aan de instituties en aan de tijd om de verveling zijn werk te laten doen. Vertrouw erop dat de verveling hoe dan ook toeslaat, vooral wanneer we die trachten uit te bannen.

Afbeeldingsresultaat voor acedia


zondag 5 november 2017

Dit is geen gimmick

Nu zie ik een countertenor zingen in het programma van Paul Witteman. Het is voor hem belangrijk, zegt hij, dat het geen gimmick is als hij die rare kopstem opzet, maar dat hij iets te zeggen heeft met muziek, of dat nu met kopstem is of niet.

Ik moet denken aan een passage bij Plotinus die ik vandaag heb gelezen, over de 'hoedanigheid'. Een hoedanigheid is bijvoorbeeld stompneuzigheid bij mensen (leuk vind ik dat het Griekse woord voor stompneuzig 'simon' is, dus heb ik er iets mee te maken, hoewel ik volgens Inez verre van stompneuzig ben). Niet alle mensen hebben een stompe neus, en als je stompneuzig bent zegt dat niets over je (mens) zijn.

En toch staat die 'hoedanigheid' (ποιοτιτης) niet helemaal los van dat zijn. De dingen beschouwd vanuit hun zijn hebben altijd 'hoedanigheid', anders zouden ze iets missen, wat niet kan als je het zijn als iets volmaakts beschouwt.

Daar ligt dus in principe ruimte voor een gimmick om à la postmoderne de status van perfectie op te eisen. Maar dan is er dus die countertenor die dan wel zijn ding doet, maar eraan hecht dat we dat niet als gimmick zien. We moeten dus kunnen weten en wellicht ook horen dat die muziek iets te zeggen heeft.

Met deze gedachtegang dreigen we te belanden in de aporieën van Plato. In dit geval: wat is een gimmick wanneer we die op zichzelf beschouwen, wanneer we een echte gimmick, bijvoorbeeld die van Joost Zwagerman, willen onderscheiden van een fake gimmick?

Ik heb nog geen antwoord op deze netelige kwestie en hoop al verder worstelend met de moeilijke Plotinus een antwoord te vinden. En echt waar, dan zal ik u dat melden.

Afbeeldingsresultaat voor countertenor

zondag 22 oktober 2017

Echt getikt

Kijk je een wedstrijd, of op het andere kanaal een beschouwing over de piano voor de late Beethoven, dan krijg je tegenwoordig geweldig commentaar. Zo geweldig, of je het nu hebt over Frank Snoeks of over (in het geval van Beethoven pianohistoricus Tom Beghin), dat je iets moet doen met je intellect dat hoe dan ook probeert te volgen wat er gebeurt. In het besef - voortaan - van het tekort.

Je gaat dan bijvoorbeeld op de emotie hangen. Of je vertelt aan je medekijkers iets over de late Beethoven of over Marcel Keizer wat jij hebt kunnen volgen waarmee je je intellect demonstreert maar niet je tekort omdat niemand dat kan volgen, noch de buitenstaander noch de echte insider.

Wat is de productiviteit van deze echte, pure middelmaat, de extreme middelmaat?

Sloterdijk zou zeggen: het perfecte is niet perfect omdat het kan worden verbeterd. Daardoor beland je in de tussenfase van degene die nog vorderingen maakt. Te mooi om waar te zijn, deze hypothese.

Waarschijnlijker is dat we blijven verzwakken. Vanuit de briljante hypothese zoeken we het spektakel. Tom Beghin verlaagt zich intussen tot een kattenfilmpje. Wilde de late Beethoven echt zulke snelle tempi? Of was zijn metronoom gewoon kapot omdat Beethoven nu eenmaal vaak boos was, de metronoom op de grond smeet en de kat er zijn muis in zag? En Beethoven zijn emotie vergat zodat hij door alle waarneming heen bleef vertrouwen op de getallen van de metronoom?

En zo blijven we zakken, op die metronoom. Nog verder zakken betekent een hoger tempo, of althans een hoger getal.

Ik schakel weer terug naar Buitenhof waarin Winsemius mocht uitleggen wat hij bedoelde met zijn uitdrukking 'geschiphold'. De vliegmaatschappijen geloven alleen nog in berekeningen, niet meer in metingen. Ze houden zich doof voor de gevoeligheden der omwoners. Die zijn dus geschiphold.

Overeenkomst tussen Schiphol, Beethoven en Frank Snoeks, behalve het oorverdovende kabaal der stemmen: het vertrouwen in nietszeggende cijfers, het nietszeggende vertrouwen in cijfers, het gesimuleerde vertrouwen, het echte wantrouwen, de opsluiting in zichzelf.

Afbeeldingsresultaat voor metronoom kat

zondag 15 oktober 2017

Eeuwige zelftherapie

Op de media kun je goed volgen waar het heengaat met de behandeling van criminelen. Vooral bij Buitenhof raakte ik onder de indruk. Aan het woord waren vertegenwoordiger van de Hoge Raad Corsten en onderzoeker Wineke Smid. De laatste had uitgezocht dat het redelijk goed is vast te stellen welke kans op recedive er is bij sexuele delicten. Het ligt dus voor de hand tbs bij verdachten op te leggen op basis van en naar rato van deze kans, legde ze uit.

Ik had altijd gedacht dat veroordelingen ook gebaseerd waren op het belang van de samenleving om tegen misdadigers te worden beschermd.

Wellicht moeten we tbs steeds meer zien als het model van de straf überhaupt. In plaats van de straf komt de genezing. Idealiter is dat een genezingsproces zonder eindpunt. Er is bij de veroordeelde immers geen ziekte vastgesteld en dan kan ook nooit worden vastgesteld dat de ziekte verdwenen is.

Mijn vader mompelde in zijn stoel dat ze de verdachte van de moord op Anne Faber nooit hadden mogen vrijlaten. Het is volgens hem gewoon een kwestie van oorzaak en gevolg. Er is weliswaar geen oorzaak vastgesteld, maar gezien het gevolg moet die er wel zijn, zo probeer ik de logica van mijn vader te redden. Opnieuw weer dat procesmotief. Oordelen doe je en moet je omdat de mogelijkheid van zo'n moord onverdraaglijk is.

Ik ben benieuwd waar we op den duur zullen uitkomen. Als er geen oorzaak in de hersens kan worden gevonden en ook geen ziekte, dan wordt de straf geleidelijk omgezet in een therapie waarbij de veroordeelde blijft vastzitten.

Foucault was met zijn panopticon heel dichtbij, maar misschien nog wel dichterbij met zijn 'zorg voor zichzelf'. Ook bij ons is immers geen oorzaak en ziekte vastgesteld en ook bij ons bestaat de kans, hoe klein ook, dat we ineens een misdaad of andere overtreding begaan. De therapie van de ander is dus die van het zelf. Daarvoor bestaat nog een ander argument. De misdadiger moet zich leren beheersen en de zorg voor zichzelf is de efficiëntste garantie tegen recidive.

We bevinden ons dus allemaal weer midden in het proces. Iedereen is verdacht. Waarom wordt verzwegen dat we allemaal democratisch instemmen met de rechtsstaat, dus met de beperking van de macht van de overheid? Hebben we Anne Faber niet allemaal vermoord? En alsof dat nog niet genoeg is, ook nog eens met lust omdat we samen roepend en verklarend onszelf als gemeenschap uitvinden en bejubelen?

Inderdaad, 'het gebruik van de lust', ook weer zo'n titel van Foucault...



vrijdag 13 oktober 2017

Tolerantie

Het is zo belangrijk om iets te schrijven wat ertoe doet. Dat wil je niet weten. Zo kijk ik nu naar Eus, die praat over tolerantie. De toon van de uitzending was al gezet door een vrouw die zei dat het voor haar niet meer hoefde als het niet van harte was. Dat sentiment kan ik navoelen. Ik wil ook graag dat men mij niet zomaar wil, maar met liefde en van harte. Denk je erover na, dan is het ook weer onhoudbaar. Mensen voelen nu eenmaal niet altijd liefde voor mij, maar dat betekent niet dat ik wil dat ze me doden. In die situatie ben ik allang blij als ze accepteren dat ik er ben. Zo schrijf ik nu mijn lettertjes en hoop ik dat ik er niemand mee hinder. En daar mag ik dan toch van uitgaan, dames en heren? Anders hoop ik dat u het me zegt, zodat ik verdedigingsmaatregelen kan organiseren, of desnoods kan verdwijnen. Hoe gaat het inmiddels met de uitzending? Leo Blokhuis loopt over een markt en laat mensen aan het woord. Dat lijkt op een perfect voorbeeld van tolerantie. Je houdt je microfoon onder de snufferd van de eerste de beste. Ja, dat kun je er wel weer uitknippen. Maar dat doe je ook weer niet zo gauw. Liever luister je ook als het je niet uitkomt en als je het niet begrijpt. De ander maakt je uit voor kind en dan glunder je, als een kind. Self-fulfilling prophecy heet dat. Ik ben jong omdat ik glunder en niet zo gauw weet wat ik moet zeggen tegen Leo Blokhuis. En dan vind ik het fijn dat je me bewondert en dan hoeven we het niet meer over tolerantie te hebben. Die fase slaan we liever over. Ook al omdat bij de toets wel blijkt of je tolerantie en tuli van ferre (dragen) kunt verenigen en dat ze niet te moeilijk voor je zijn. Ik word nu langzaam bang dat de uitzending me uit handen glipt. Tolerantie is wat je uit handen glipt, mag ik dat zo zeggen? De maan van de grote planeet heette δειλος of juist iets in het verlengde van mijn deconstructies. Als mijn directeur dus zegt dat de voorwaarden gelden, begrijp ik nu beter dat het wordt getolereerd, het voorstadium van de doding. Inmiddels is Inez binnengekomen en vertelt over pijnen en dreigingen van een goede vriend van ons. Ach jongens, de dood ligt zo dichtbij, dat kunnen we alleen maar verdragen wanneer we het elkaar vertellen als een verhaaltje. Zou het kunnen zijn, vraag ik me af, dat we alleen maar tolerant kunnen zijn doordat we gewoon leven, het leven voortzetten dat we leven? Daar hoort zeker ook bij dat we de zeer onaangename zaken zoals kanker van vrienden verdringen. Dat doen we dus merkwaardigerwijs om die onaangename zaken beter te kunnen verdragen. Tolerantie houdt dus in, noteer dat, lieve vrienden, dat we onaangename zaken verdringen om ze des te beter te kunnen verdragen. Dat is de les van vandaag. Ga heen in vrede en gedenk de vrienden met kanker en de vrienden die rare plekjes voelen, waarbij dus nog van alles kan gebeuren. Ik sla het gade met halfopen oog, het oog van de schrijver.

Afbeeldingsresultaat voor erasmus

zondag 8 oktober 2017

De wereld vanuit Roda

Roda is een verdomd belangrijke club in Nederland, maar ook in de wereld. Ze blijven maar verliezen. Maar de fans blijven kijken. Zelf kwam ik weleens de klas binnen om les te geven, werd gecondoleerd met het verlies van de dag ervoor, wilde overstappen, maar nee, dat is slap, stay by your team. En nu Nederland en de topdrie langzaam op Roda beginnen te lijken zul je daar hetzelfde mechaniek zien. Nooit zullen we overstappen! En als we overstappen zullen we dezelfde vernederingen ondergaan, want altijd zijn er winnaars en kapitaalkrachtigere clubs. En dus geldschieters die de zaak enkele jaren stabiliseren, ten koste van juridische eerlijkheid, dat wel, maar als enorm prettig contragewicht tegen de wereld die geregeerd schijnt door juridische eerlijkheid, dus uiteindelijk ten dienste van.

En zo is Roda dan toch de economisch-juridisch-morele-sportieve avantgarde geworden. Het eergevoel wordt ingevuld met vernedering. Nederlaag is het stempel van de eerlijke club en trekt de valse mannen met valse beloften aan. We zitten in de politieke metafoor bij uitstek. De valse mannen zitten weliswaar in de cel in verre landen, maar blijven met ons sympathiseren en zich opwinden over de slechte resultaten. Daaraan herken je het handelsmerk van de eerlijke verliezer, de toekomstige winnaar, de winnaar die ons een toekomst biedt, een toekomst als toekomst, de Champions League.

Afbeeldingsresultaat voor nathan roda

Vrede is een rommeltje

Hoe kan het toch dat we in onze wereldvisie steeds weer gepolariseerd raken? Wees blij, zei een vriend, nu is er tenminste iets om voor te v...