dinsdag 27 april 2021

Controle is controle

Met mijn eenvoudige voorstellingsvermogen had ik het altijd zo in mijn hoofd zitten: in een democratie heeft het volk de macht. Dat volk kiest de leden van het parlement. En die stemmen over wetten. Die wetten worden opgesteld door het kabinet. Nu blijkt dat parlement door jan en alleman (het volk) te worden gezien als tegenmacht. Kan ik het nog volgen?

Ik lees zojuist dat ook onze held Pieter Omtzigt gewoon met zijn partij heeft meegestemd. Dat lijkt me op zichzelf terecht, want hij is gekozen en zijn partij is aan de macht. Maar waar gaat dan die hele heisa over dat hij kritische vragen stelt en dat het kabinet hem probeert te sensibiliseren?

Misschien helpt het als ik hier iets neerleg waar we samen onze hersens op kunnen stukmalen. Het parlement moet de regering controleren (koning en ministers). So far so good. De regering moet zich laten controleren. Dat is best een moeilijke gedachte. Hoe kun je je laten controleren? Het lijkt zo eenvoudig: de juiste informatie geven.

Moeilijker wordt het wanneer je deze formule weer verder uitlegt. De regering moet zich laten controleren zodat ze kan regeren. Als je het zo bekijkt heeft die regering er vaak niet veel belang bij om informatie te geven aan het parlement. Want blijkbaar houdt regeren nog steeds in, net als vroeger toen de koningen nog de macht hadden, dat je controle houdt over de gang van zaken.

We komen uit, geheel in de geest van deze blogserie, bij een eenvoudige formule die lijkt op een palindroom of tautologie. De regering controleert hoe ze gecontroleerd wordt. De regering laat zich controleren zodat ze kan controleren. Controle is controle over het controleren maar ook over het gecontroleerd worden.

Een kijkje in de verkeerstoren op Schiphol | Foto & Video - Up in the Sky


vrijdag 3 juli 2020

Ik leg het je nog één keer uit

Bijna geen woord richt meer schade aan dan uitleggen. Hoezo? Dat zal ik je uitleggen.

Een of andere Franse filosoof heeft een keer uitgelegd dat je de ander dom maakt als je iets aan hem uitlegt. Je stelt jezelf automatisch in de positie dat jij het weet, en de ander niet.

Leerlingen staan mede daarom een beetje dubbel tegenover uitleggen. Aan de ene kant is het verslavend. Hoe meer uitleg hoe beter, en zelfs dat is niet genoeg. Een goede leraar is een leraar die goed en veel uitlegt. Aan de andere kant is die uitleg te veel. Een leraar die uitlegt activeert niet, hij doet het werk wat eigenlijk de leerling zelf moet doen om zich de stof eigen te maken. Daarom heeft de leerling het volste recht om uitleg te willen, en bij de uitleg uit het raam te kijken. De leerling begrijpt in al zijn domheid wat er fout is aan uitleg. Het is altijd te weinig en altijd te veel.

Ik nader de grenzen van deze blog, en je begrijpt nu beter waarom.

Een schrijver of leraar heeft altijd iets arrogants. Zhij is een betweter. Dat heeft zhijzelf ook wel door, en mede daarom legt zhij zo graag uit. Een leraar heeft vanwege zijn arrogantie heel wat uit te leggen.

En in jouw domheid schuilt dus een wijsheid die ons tot waanzin kan drijven. En ik kan het weten, want ik ben hier de schrijver.


vrijdag 26 juni 2020

Gewring

Nu ik voorlopig gestopt ben met filosofie, valt me op dat er nog een stuk leven overblijft. Dat lijkt een beetje op de bekende formule dat je nog een stuk maand overhoudt als het geld op is. Het geeft enerzijds een hoop vrijheid, anderzijds niet het soort vrijheid waar je geld voor nodig hebt, of in mijn geval filosofie.

Er wordt verschillend gedacht over de verhouding tussen filosofie en leven. Je hebt de School of Life, de filosofie volgens Alain de Botton en de levenskunst, waar ik altijd argwaan voelde opkomen. De filosofie wordt een soort slaafje om je te helpen op de goede manier te leven, om alles uit het leven te halen wat erin zit. Maar jongens, het leven is er hoe dan ook, of je er nu iets uit haalt of niet. Het wordt allemaal zo religieus!

Hier doet zich een kleine rimpeling voor. Die hele religieuze aanbidding van het leven, waar overigens ook mijn held Agamben volop aan meedoet, die verraadt een soort slaafsheid die ons ineens kan tegenstaan. Misschien is het een stukje eerlijker om terug te vallen op de existentialisten met hun literaire pendanten, zijzelf (Camus, Sartre) of zonder filosofie (Beckett). Het leven heeft iets walgelijks, het trekt zich niets aan van onze verering, het gaat hoe dan ook door, zelfs als we eruit zouden stappen.

Misschien denken we te automatisch dat we moeten terugwijken voor deze ontluistering. Zoiets zag ik ooit bij de Russische denker Solovjov, die zei: als je op het punt staat zelfmoord te plegen, dan kun je er achter komen dat je die hele toewijding ook in het leven en in de ethiek kunt steken. Als je dan toch iets wil doen, doe dan iets goeds. Camus is iets meer van: ja, je kunt me wat. Doe dit, doe dat, nooit is het adequaat, absurd blijft het. En hij stierf door een absurd auto-ongeluk, waardoor je bijna weer gaat denken dat dit ook weer betekenis heeft.

Er blijft iets wringen. En wringen blijft het. Je kunt er iets uit proberen te wringen, maar het wringt net zo goed iets uit jou. En dan blijft er misschien niet zo heel veel over. Er blijft iets over, maar misschien niet heel veel. Zo las ik in de krant het verhaal van de man die zeer levenslustig was, maar vlak voor zijn pensioen overleed aan corona. Voor hem bleef er dus niets over, ook dus geen gewring, maar wel voor zijn nabestaanden.

Zo ben ik geneigd het nu te zien, er is zin, er is leven, en er is gewring tussen beide. Het is een beetje te dit, een beetje te dat. Of heel veel daarvan, over de top of ver eronder. Het is maar de vraag of denken je iets brengt als je hierover denkt. Misschien moeten we denken meer zien als een andere naam voor dit gewring. Ik zie een dweil, een spons of een inktlapje. Allemaal visioentjes die op een of andere manier weer iets plooien en geplooid worden, met een beetje pijn en moeite, of met een milde lach. Dat kan ook, als je maar lang genoeg onder een boom zit, kun je uit het leven een milde lach wringen.

Leifheit wringmop met huls
 

maandag 22 juni 2020

Tegen de filosofie

Er zijn tien redenen waarom we niet moeten doorgaan met filosofie:

1. Filosofie maakt mensen arrogant.

2. Als je praat over filosofen voelen mensen zich dom.

3. Filosofie is sinds Plato verzwakt, en de logische consequentie is verdwijning.

4. Filosofie levert niets op.

5. Als je nadenkt, moet je verder nadenken, en benader je dus het einde van het nadenken.

6. Filosofie leidt af van de dingen waar je vrienden het over willen hebben.

7. Filosofie is ingehaald door de feiten.

8. Filosofie brengt je van logica naar poëzie.

9. Filosofie is een institutie, en die moet je met kritiek bejegenen.

10. Filosofie maakt alle relaties kapot.


donderdag 7 mei 2020

J'accuse

Arnon Grunberg heeft gezegd dat we elkaar niet meer moeten veroordelen omdat we bij een groep horen. Dat heeft indruk gemaakt. Parallel daaraan heeft de koning gezegd dat we niet meer moeten wegkijken als er iets gebeurt zoals de vervolging van de Joden in de oorlog. Ook dat heeft indruk gemaakt. Grunberg is nu koning en de koning schrijver.

Vanochtend stond er een brief in de krant van een mevrouw die Aleid Truijens bekritiseert om haar column waarin ze zestigplussers had opgeroepen zich te schamen, omdat ze het gedrag van jongeren bekritiseren. Truijens moet die toespraak van Grunberg nog maar eens goed lezen, al was het alleen maar om te ontdekken hoe giftig woorden kunnen zijn.

Ik probeer hierover na te denken. Ja, woorden zijn giftig, lees bijvoorbeeld Phaedrus van Plato. Woorden zijn tegelijk geneesmiddel en gif. Ook woorden die geneesmiddel zijn, zijn giftig, en ook giftige woorden zijn geneesmiddel, farmakon.

Hoe kunnen we het gif in de woorden van Grunberg ontdekken? Misschien ziet Grunberg dat gif zelf als hij ziet hoe zijn mooie woorden worden gebruikt om Truijens te beschuldigen die .. beschuldigt die... etcetera. De cirkel zal weer bij hemzelf uitkomen. Maar dat is ook wel weer goed, want zo zien we hoe woorden hun werk doen. Hoe schrijvers en koningen worden ingezet als wetgevers. Wat naar ik vrees ongelezen blijft is de twijfel waar deze mannen mee zitten, überhaupt dat ze ergens mee zitten.

Dat geldt natuurlijk ook voor de briefschrijver. Ik ben er niet in geslaagd de twijfel te zien tussen de regels van haar beschuldiging door. Anton, j'accuse!

J'accuse (2019) recensie, Roman Polanski - Cinemagazine

maandag 9 maart 2020

Jezelf tot zwijgen brengen

Soms zoek je zo snel mogelijk de extremen. Vooral intellectuelen hebben er een handje van. Ze zoeken de grenzen op van wat we kunnen weten, van de tijd die je in iets kunt steken en het lef dat je toont om iets te zeggen tegen iedereen in. Ik ken die neiging van binnenuit.

Je wordt teruggefloten. De zwakste optie is dan dat je je beroept op je recht op vrije meningsuiting. Je mag rustig je mening uiten, maar kijk waar dat toe leidt. Het leidt tot twitter en blogspot. En vervolgens op een soort geweld waardoor de ander zich de mond gesnoerd voelt.

Dat zou dus centraal moeten staan. Mijn geleg voor nu is: elk geleg is het snoeren van monden. Dat maakt ons nederiger ten opzichte van de optie om te zwijgen. Dat is misschien geen gelukkige optie, maar we komen er dichterbij wanneer we zien hoe de ander doorziet dat mijn geleg nergens op slaat en het geleg van de ander tot niets terugbrengt.


zaterdag 15 februari 2020

Schoonheid door decadentie - La grande bellezza in herhaling

Rome kan niet zonder decadentie. Het kan best zijn dat de oude keizers het niet zo bont bakten als Suetonius en Tacitus ons wilden doen geloven. Maar dan zegt het toch misschien wel iets dat wij die leegte zo graag zien. En dat is niet per se positief bedoeld. Ik ben opgevoed met de Limburgse uitdrukking 'Doe bis mich ooch unne leage', waarbij leag gelijkstaat aan verachtelijk. Gisteren volgde ik mijn oude docent Joop Smit in zijn ervaring van leegte als hij langs de drukke weg Rome binnenwandelt. Vandaag probeer ik nog een stapje verder in die leegte te duiken, voordat ik morgen weer het echte Rome betreed, onder het motto Quo vadis.

De decadentie kleefde Rome wellicht al aan vanaf de stichting. Of zelfs van ervoor, als we Vergilius tot ons door laten dringen. Aeneas mag dan wel loyaal zijn gebleven aan de goden en zijn opdracht om de huisgoden van Troje naar Italië te brengen, daarachter ligt de suggestie dat hij in Carthago de vrouw van zijn leven in de steek laat en daarmee de mogelijkheid diverse oorlogen te voorkomen. Voor Romeinen lag evenals voor Grieken de Gouden tijd in het verleden, en kon het in de toekomst alleen maar minder worden. Optimisme onstaat wanneer iemand belooft de oude deugden van eeuwen eerder te laten herleven, zoals Augustus, niet doordat hij iets nieuws brengt. Res novae is de naam voor oproer en wanorde.

Wil je de eeuwige stad zien zoals ze is, dan moet je die decadentie dus voor lief nemen. Dat is wat eigenlijk pas goed tot me doordrong toen ik La grande bellezza de tweede keer zag. Jep Gambardella kan wel mopperen op alles en iedereen, hij is tegelijk onze gids, onze Vergilius door het purgatorio van Dante. Voor mij opent zich nu de vraag naar de toerist, het thema dat ook Leonard Pfeijffer in zijn roman bezighield, zij het met andere antwoorden. Wat betekent het dat in deze film de toerist tot belichaming van de zuiverheid wordt verklaard? Vorig jaar had ik er moeite mee de positie van toerist in te nemen. Wel vermoedde ik toen al dat ik langs die weg een ervaring van armoede kon opdoen, al klinkt dat gek bij alle comfort en oppervlakkigheid. Vergeleken met thuis heb je veel minder nodig, je roept af en toe het nummer dat je in de groep bent, je keft hoestend jezelf wakker, veel meer heb je niet.

Ook Sorrentino is in de ban van de armoede. Hij eindigt er zijn film mee, als de oude zuster Maria Rome bezoekt en uitlegt waarom ze zo gesteld is op het eten van wortels. Wortels zijn belangrijk voor het leven, (of zoiets,) zegt ze tamelijk nietszeggend. Met haar laatste krachten beklimt ze op haar knieën de Scala Sancta. Eigenlijk doet ze daarmee wat ook de favoriete bezigheid is van onze scholieren: trappen opgaan, al is het niet op hun knieën, (maar vorig jaar wel een leerling met krukken) om ergens een hoog punt te bereiken, waarbij ze wellicht een bepaald soort schoonheid verwachten, die van het panorama. Denk ook aan Mulisch, die zijn ontdekking van de hemel via diezelfde Heilige Trap laat verlopen, ook al door gymnasiasten.

Maar die schoonheid dus. Niets lijkt zozeer verbonden met uiterlijk vertoon en decadentie. Toch is het waar Jep naar op zoek is, werkelijke schoonheid in plaats van afleidende bijzaken. Als een oude vriend hem meeneemt naar een stripclub waar diens dochter danst, dan is Jep echt niet geïnteresseerd in het schouwspel dat de kijker wel ziet. Hij wil het als een kans zien om echte interesse te tonen in die dochter, die hij de dagen erna op sleeptouw neemt. De suggestie dringt zich op dat Jep zelf de echte schoonheid gaat zien als hij die aan Ramona toont: docendo discimus. Daarbij is er tussen de regels door al een les geleerd: als je je leven in het teken van schoonheid stelt, dan mag je je niet hechten. Ramona verdwijnt na een paar dagen ook weer ongemerkt uit de film.

Het conflict spitst zich nu toe op de wortels. Is de geleerde les van de onthechting niet in strijd met de les van de oude zuster Maria, die alleen nog maar op worteltjes knabbelt? Welke diepere les zit er verborgen in deze tegenspraak? De zuster lijkt iets heel verstandigs te zeggen over haar armoede: 'Over armoede spreek je niet, daar moet je in leven.' Wij op onze beurt kunnen haar zelfs als ze dit zegt niet anders zien dan als een oude Sibylle met wijze lessen. Het is dan ook tegelijk belachelijk en waar zoals haar woordvoerder reageert: 'Prachtig gezegd!'

We zouden ook kunnen zwenken naar het Symposion van Plato, waar eveneens een wijze vrouw optreedt, die Sokrates lessen leert over liefde en armoede. Maar liever kijk ik de slotscènes nog eens, want Sokrates heeft zelfs in Symposion niet het laatste woord (maar de dronken, decadente Alkibiades). Jep keert terug naar de plaats waar lang geleden zijn vriendin hem haar borsten toonde. Daarna verliet ze hem, terwijl haar latere echtgenoot aan Jep vertelt dat zijn vrouw van Jep hield, niet van hem.

Ik leer dus de volgende les. Jep wil graag wortelen in zijn leven, dat hoe dan ook het leven van het decadente Rome is. Zijn schrijverschap is een truc zoals zijn vriend een truc gebruikte om een giraf te laten verdwijnen uit de thermen van Caracalla. Jep weet pas op het eind dat de echte schoonheid zeldzaam is, en verborgen ligt onder het eindeloos gebabbel, het blabla. De dood is zijn helper geworden. Hij is minder geïnteresseerd in afleiding en wil meer doordringen tot de essentie.

'Waarnaar hebben we zitten kijken?' zou Matthijs van Nieuwkerk nu nog kunnen vragen. Is de film ook een truc, evenals ons schoolreisje morgen? Jazeker, zoiets heb je nodig, want er kan altijd een moment komen dat je meer wil, meer dan de plaatjes, het gebabbel, de schijn. Van onder die deken kan er altijd iets opduiken, zelfs in Rome. Een gids is dan geen overbodige luxe, Maria, Jep of wie ook.

Afbeeldingsresultaat voor jep gambardella

Vrede is een rommeltje

Hoe kan het toch dat we in onze wereldvisie steeds weer gepolariseerd raken? Wees blij, zei een vriend, nu is er tenminste iets om voor te v...