donderdag 8 oktober 2015

Die Platini, die Blatter

Zojuist bereikte me het vreselijke nieuws dat niet alleen Blatter, ook Platini een tijd wordt geschorst. Heel erg vond ik dat pas echt doordat er een foto van Platini bij stond. Ik moest ook terugdenken aan het interview van de Volkskrant met de dochter van Blatter. Het bleek echt een aardige vent te zijn, zei zijn dochter.

Platini herinner ik me natuurlijk van alle shots als hij wedstrijden bijwoonde, maar ook van zijn fameuze vrije trappen van vroeger. Een heerlijke voetballer, veel meer dan de voorloper van Koeman met zijn overmuurtrapperse potenties. En juist die man, die Platini, die pakken ze aan.

Zijn gezicht vind ik heel menselijk. Ik kan me uitstekend identificeren met mensen als Michel Platini. Ze bijten in het stof, maar doen we dat niet allemaal? Dat is nog geen reden om hem zo zwaar te straffen!!

Kortom, ik vind dat de sector onevenredig wordt getroffen. En dat terwijl hij het toch al hard te verduren had, vanwege alle fuzz eromheen. Hé commissies en rechters, beperk je tot de hoofdzaken en zie de dingen in perspectief!

Bij dezen doe ik een dringende oproep tot menselijkheid. Laat deze mensen met rust, die vele verdiensten hebben als voetballer en voorzitter. Jullie weten niet waar jullie mee bezig zijn. Gun de mensen ook wat.

Afbeeldingsresultaat voor platini

vrijdag 18 september 2015

De transparantie van de praktijk

De grote winst in het onderzoek naar de betekenis van taal was de ontdekking dat de context een onderschatte factor van betekenis was. Dat is vooral in de twintigste eeuw aan alle kanten in het licht gesteld, van de analytische filosofie tot Bachtin, Habermas en Deleuze.

Daarbij is het onmogelijk Wittgensteins adagium buiten beschouwing te laten, dat je moet zwijgen waarover je niet kunt spreken. Voor de eenvoudige versies van de pragmatiek lijkt dat geen probleem te zijn Die praktijken hebben weinig met taalproblemen te maken, ze zijn transparant. Misschien zijn ze niet wezenlijk transparant, maar wel in praktische zin.

Praktisch transparant, dat zou zomaar het complement kunnen zijn van verhuld taalgebruik. Over dat laatste gaf mijn magistra Latina Bé Breij gisteren een uiterst amusante en uitdagende oratie. Het meest geslaagde voorbeeld van verhullend taalgebruik leek het zinnetje 'Zij waren op Aegina' in Plato's Phaedo. Plato had ook kunnen schrijven: twee leerlingen van Socrates waren er niet bij toen deze geëxecuteerd werd, omdat ze aan het slempen waren op 20 km afstand. Iedere lezer begreep dat er meer aan de hand was, zelfs twee eeuwen later, en het was onnodig en wellicht zelfs ongepast om het expliciet te schrijven.

Verhullend taalgebruik kan dus prima werken binnen een transparante praktijk. Al die leraren en leerlingen waren gepokt en gemazeld in de retorica. Het verhullend taalgebruik was dus in essentie transparant taalgebruik.

De notie verhullend taalgebruik zou je dus in die zin zelf kunnen opvatten als verhullend taalgebruik omdat die essentiële transparantie onbesproken blijft, althans in het Aegina-voorbeeld.

Misschien dat de Romeinse voorbeelden van Bé Breij die transparantie problematiseren. Seneca maakte wel gebruik van het schèma, bijvoorbeeld in zijn De clementia, waarmee hij zijn leerling Nero voorzichtig probeerde op te voeden. Maar Nero legde die voorzichtigheid in het voordeel van zijn minder milde verlangens uit, zodat het beoogde doel van het verhulde taalgebruik gemist werd.

Ook hier kun je nog van transparantie blijven spreken. Maar dan gaat het in feite al om een tweevoudige transparantie, de uitleg van het verhulde taalgebruik volgens twee transparante lijnen, die de vraag openlaat hoe ze zich tot elkaar verhouden. Quintilianus zag het dilemma. Daarmee leek ook de transparantie van de praktijk te zijn verloren. Je doorziet de verhulling, maar waarom heb je hem dan nog nodig? Of je doorziet hem niet, en dan werkt hij ook niet op de gewenste manier.

Mijn magistra week uit naar de pragmatiek van vorige eeuw, waarin de notie 'cooperation' kwam bovendrijven. Wanneer iemand je vraagt of je het zout kunt doorgeven, dan zijn we best in staat tot samenwerking, en dan geef ik dat zout door. Pragmatiek betekent niets anders dan dat verhuld taalgebruik kan slagen dankzij de aanname van praktische samenwerking. Opnieuw: de verhulling is afhankelijk van een oorspronkelijkere transparantie.

Waarom is deze pragmatiek voor mij zo uitdagend? Omdat ze demonstreert hoezeer we de praktijk al zijn gaan zien als samenwerking. De praktische insteek van de Romeinen is nog leesbaar in de term cooperation. Het gaat om een gedeelde in-werking-stelling die we ervaren als transparant, zonder dat we dit nog hoeven uit te leggen.

Hier kunnen we bijvoorbeeld weer Agamben gaan lezen, of andere filosofen die zich buigen over de centrale plaats die het werk, opus, in onze samenleving inneemt, en wel als iets dat zelfs op het zijn zelf wordt betrokken. Pragmatiek betekent dan niets minder dan dat de ontologie zelf wordt geöperationaliseerd, en dat de Griekse schèmata binnen deze ontwikkeling kunnen worden geplaatst.

Wat verdwijnt is het besef van contingentie, dat een praktijk een mogelijkheid is die ook anders had kunnen zijn, bijvoorbeeld een onmogelijkheid, een virtualiteit, een buiten-werking-stelling. Iemand die van slag raakt als hij het zout niet doorgeeft sturen we naar therapie of naar de continentale filosofen waar ze verder mogen miereneuken.

Wat ook verdwijnt is de historische afstand die we sinds de Grieken hebben afgelegd om deze totale samenwerking te bereiken. Het is mogelijk geworden om de zin 'Zij waren in Aegina' te bespreken als voorbeeld van cooperation zonder de vraag te hoeven beantwoorden waarom precies Plato zich hier bediende van verhuld taalgebruik en hoe dit past in zijn filosofie.

Ooit was ik in Aegina, op Aegina, op vakantie met mijn destijdse vriendin. Zij was even weg, met de woorden: 'Zet jij even thee?' Manmoedig verwisselde ik bij de tent de lege gascartouche van de brander. Ik begreep het systeem niet goed en het gas spoot er aan alle kanten uit. Ik vreesde dat het droge bos in de fik ging. Vertwijfeld riep ik tegen mijn Duitse buren: 'Kan einer mich helfen?!', maar de dames hielden zich verschrikt in hun tent. Zou ik deze situatie typeren als cooperation, dan kan ik dat niet anders verstaan dan als verhuld taalgebruik.


Afbeeldingsresultaat voor instructies campingaz cartouche




zondag 6 september 2015

Reflexiviteit van de schaamte

Even een moment van wrevel zojuist bij Wim Brands en Conny Palmen. Palmen had juist verteld dat ze verliefd was op haar personage Ted Hughes, dat ze die verliefdheid nodig had omdat het - mijn woorden - haar verliefdheid op Hans van Mierlo weer opriep. Later in het gesprek deed ze alsof ze Brands beschuldigde dat hij die verliefdheid ter sprake had gebracht. Daardoor moest Palmen blozen, en dat was nog zichtbaar geweest ook wanneer ze niet zoveel plamuur op haar gezicht had.

Je ziet hier hoe complex die schaamte kan zijn, en dan hebben we nog maar een klein tipje van de sluier gelicht. Palmen schaamt zich, maar ze schaamt zich ook voor die schaamte. Ze zet die schaamte om in de beschuldiging van Brands en dit zit dan weer onder het mom van humor en samen iets leren.

Brands voegde er overigens nog weer een stukje reflexiviteit aan toe, door aan Palmen uit te leggen dat ze zich voor haar 'restant verliefdheid' niet hoefde te schamen. Daardoor verontschuldigde hij zichzelf meteen ook, maar gaf Palmen dus weer een extra reden om zich te schamen, zich te schamen voor haar schaamte, voor het maskeren ervan en voor het uiten van die schaamte als beschuldiging.

Zo zou je de keten kunnen aanlengen en uitbouwen. Uiteindelijk verschijnt er zoiets als cultuur en het lichaam dat door de cultuur heen blijft breken.

Afbeeldingsresultaat voor palmen brands

dinsdag 1 september 2015

Sterfelijkheid

Het kwam me vaak voor dat het loutere feit dat je zult doodgaan consequenties zal hebben voor je leven. Daar is al door veel mensen over nagedacht. Meestal leidt dat tot toegevoegde waarde in het leven. Je wordt zo'n beetje extra intens.

Maar wat als we gewoon kunnen accepteren, zonder het echt te kunnen, dat begrijp ik heus wel, dat we doodgaan?

Het gevolg van dat inzicht zou best eens kunnen zijn dat we beseffen dat het leven zelf al best intens is, niet per se extra intens. Het devies 'Leef alsof deze dag de laatste dag van je leven is' verliest zo zijn dramatische overexpressie, want ook de laatste dag van je leven wil je leven alsof het niet de laatste is, maar zomaar een dag, met wat motregen en wat toevalligheden.

Ook het schrijven wordt zo verlost uit zijn eeuwige houdgreep. Ik leg deze zinnen voor u neer, zonder extra intensiteit. Het is geen testament, ook geen blijk van een of ander tekort.

Tis wattis, min of meer.

vrijdag 28 augustus 2015

Verlost door de schijt

Toen ik Het hout van Jeroen Brouwers las, stuitte ik op een passage waarin hoofdpersoon Eldert, een monnik in een streng klooster, een liefdesbriefje in snippertjes scheurt en in de wc gooit. De vliegen dansen eromheen.

Ik moest onmiddellijk terugdenken aan Ronald Giphart in - naar ik meen - zijn roman Giph. Daar aanbidt hij Jeroen Brouwers en gaat met enkele adepten naar een optreden van hem. Als hij na een desillusie weer terugkomt in zijn geliefde Utrecht gaat hij op de wc zitten schijten. Zo eindigt de roman.

Er moet dus een zinvolle samenhang bestaan tussen Brouwers en schijt. Want mij maak je niet wijs dat Giphart door te schijten wil afrekenen met zijn idool Brouwers, of Eldert met zijn Patricia. De schijt betekent veeleer een keerpunt, het is een ritueel waarin de held een nieuwe toekomst tegemoet gaat.

Je kunt om dit beter te begrijpen denken in de termen van de christelijke Eldert zelf. De wc is een hellevaart, maar Christus ging na zijn dood ter helle om daar de zielen te redden. Het is met andere woorden een symbool van verrijzenis. We kunnen ook aan Dante denken en zijn onmogelijke tocht door hel, purgatorium en hemel.

De Russische filosoof Bachtin heeft erop gewezen dat de schijt in de middeleeuwen werd beschouwd als 'de blijde materie'. Mensen waren op allerlei positieve manieren vertrouwd met schijt. Ze aten ingewanden van dieren en daar wasten ze niet alle fecaliën uit. Bachtin stelt ook dat de schijt als een tegengif werkte tegen de angst. Die werd door de autoriteiten vooral uitgespeeld in kosmische symboliek, de ondergang van de wereld die aangekondigd werd door kometen. De schijt kreeg in die context de betekenis van warme, vertrouwde, lichamelijke materie. Bachtin zegt ook dat de schijt ambivalent is, maar als je hem leest moet je wellicht zeggen dat hij een hoofdzakelijk positieve betekenis had.

In een andere zin is de schijt wel ambivalent. Niet omdat hij een negatieve kant zou hebben, maar omdat zijn positieve kant meerduidig is. Als de weg via de schijt Christus' hellevaart symboliseert, dan wordt schijten potentieel een christelijk ritueel. Voor de monnik van Brouwers betekent dat, dat hij de brief van zijn minnares door hem in de wc te gooien toevertrouwt aan Christus. Voor hem is dus feitelijk geen ontsnapping mogelijk aan het christendom, omdat zijn redding verloopt via christelijke symboliek en een christelijk ritueel.

Zo kunnen we de wc-gang van Ronald Giphart opvatten als opvolging, zalving. Schijt hebben aan Brouwers betekent dat hij op zijn manier Brouwers zal opvolgen en respecteren.

Afbeeldingsresultaat voor mesthoop

vrijdag 21 augustus 2015

Conservatieven tegen vluchtelingen

Vanochtend staat er een mooi overzicht in de Volkskrant van conservatieven met hun mening over het vluchtelingenvraagstuk. Die zijn tamelijk voorspelbaar. De Europese landen komen in serieuze problemen als er nog meer immigranten bijkomen. Vaak zijn die laagopgeleid. Dat laatste vindt vooral de Zweedse historicus Markus Jonsson.

Maar bij de anderen, allemaal filosofen, overheerst een cultureel en zelfs religieus argument. Het echte probleem is de Islam. Daardoor verandert het argument enigszins. Het lijkt of immigratie op zichzelf wel okee is, maar de komst van moslims leidt op den duur tot katastrofes. Maar dat straalt vervolgens ook weer af op het oordeel van deze filosofen over de immigratie als zodanig. Immigratie is op zichzelf okee, zeggen ze, maar moslims tasten onze cultuur aan, en, trouwens, teveel immigranten kunnen we niet hebben.

Daardoor heeft de Franse filosoof Rémi Brague in zekere zin wel de kern van het probleem verwoord. Niet alleen van het probleem van immigratie, maar misschien onbedoeld ook van de conservatieve standpunten. Die kern is volgens hem gelegen in de religie. De kern van de Islam is de sharia, zegt hij, die de oorlog tegen de ongelovigen voorschrijft. Maar, voegt hij toe, de Islam is eigenlijk geen religie, maar van cultuur, van sociale identiteit en gedrag. Het concept religie is een westerse uitvinding, geënt op het Christendom, met zijn 'gebeden, riten, sacramenten en dergelijke'.

De kern van het immigratieprobleem bestaat dus in het Christendom, de religie die het meest of zelfs exclusief voldoet aan het concept religie, volgens Brague.

In een andere blog heb ik die opvatting over exclusiviteit van Christendom en Europese cultuur van Brague uitgebreider besproken. Brague beweegt zich rond een paradox. De exclusieve betekenis van Europa bestaat erin dat het zich structureel positief verhoudt tot een andere cultuur. Het Christendom was ondenkbaar zonder het Jodendom, de Romeinse cultuur ondenkbaar zonder de Griekse.

Met zo'n paradox kun je altijd minstens twee kanten op. Je kunt zeggen dat het Christendom in de kern bevestigend staat tegenover andere culturen. Je kunt ook zeggen dat het andere culturen moet afwijzen omdat deze de paradox van de exclusiviteit niet begrijpen. Dat laatste is wat Brague in zijn standpunt over de moslimimmigratie doet. Daarmee profileert hij zich tot een conservatief zoals bijvoorbeeld ook Bolkestein dat hier was.

Maar zoals gezegd, met Bragues filosofie kun je ook andere kanten op. Je zou bijvoorbeeld kunnen bedenken in welke zin de Islam zich secundair verhoudt tot het Christendom, zoals het Christendom ten opzichte van het Jodendom. Zo neemt de Islam voortdurend elementen uit de westerse cultuur over, ook wanneer ze zich daarvan niet bewust is. Homofobie bijvoorbeeld was in de Islam afwezig, totdat de Engelsen hun Victoriaanse moraal in de moslimwereld importeerden.

Voor Brague is deze secundaire verhouding wat betreft de Islam ondenkbaar, zo lijkt het. Als kenner van middeleeuwse Joodse en Islamitische teksten zegt hij dat de Islam alleen ideeën van anderen overnam die het direct gebruikte, maar alle andere ideeën niet bewaarde. Kijk je echter naar de formuleringen van Brague in de krant, dan kun je je afvragen of zijn strakke definitie van sociale identiteit wel klopt. Moslims zijn in staat om hun tolerantie jegens homo's in te ruilen voor homofobie. Ze nemen van het Westen allerlei zaken over die hun identiteit bepalen en veranderen.

De Islam heeft dus minder identiteit dan zijzelf denkt, en dan Brague denkt.

Denk je langs dit spoor verder, dan krijgt het culturele argument van de conservatieven een andere lading. Zij geloven in culturele identiteit, niet zozeer omdat ze tegen andere culturen zijn,maar omdat ze de problemen van onze wereld symbolisch (imaginair) overzichtelijk willen houden. Het is verrassend om te zien hoezeer juist filosofen hechten aan dit symbolische overzicht. De argumenten die ze erbij leveren zijn voor iedereen interessant, omdat je er ook andere kanten mee op kunt. Het conservatisme laat ons de wereld beter begrijpen, maar vooral als je het tegen zijn bedoelingen in leest.

zondag 16 augustus 2015

Zelfbestraffing door middel van landschap

Landschapsarchitect Adriaan Geuze is nog aan het praten bij Zomergasten. Het is inderdaad wel erg, die verrommeling van het landschap, met name rond de snelwegen. Want de auto, dat is toch een mooie manier om het Nederlandse landschap te beleven.

Ik heb er geen mening over. Deze blog is niet bedoeld om meningen te ventileren, en bovendien geloof ik niet in meningen.

Wel probeer ik soms een twist aan te brengen in de mening van anderen. Hoe kan ik die twist aanbrengen in de mening of observatie, of zelfs de woede van Geuze?

Mijn eerste associatie is het landschap dat functioneerde als decor van de Duitse Autobahn onder Hitler. Was het niet Syberberg die de Autobahn beschreef als een Gesamtkunstwerk? Het is dus de esthetisering die we terecht koppelen met het vernietigingsdrama van Hitler, de vernietiging van de ander en van zichzelf.

Je zou dus die verrommeling rond de snelwegen kunnen beschouwen als uitgestelde (zelf)vernietiging. We zijn niet zozeer tegen esthetisering en Gesamtkunstwerk, we zijn tegen een wij dat zich opricht tegen de banken, bedrijven en speculanten. We laten hen begaan omdat we een tolerant volk zijn. We willen geen gedoe rond al dat soort dingen waarmee we ons in ons werk al bezighouden. En daar volgen we de imperatieven op die ons elke dag worden opgedrongen, om onszelf en ons bedrijf te redden.

'Nederland heeft enorm de neiging om weg te kijken', hoor ik Geuze zeggen. Dat klopt zeker voor die snelwegen, want we kunnen nog diverse kanten op. We kijken naar de andere kant van onze Autobahn, we kijken naar de vakantie, Geuze zelf kijkt naar Spanje. Onze pluraliteit bestaat in diverse richtingen waarin we wegkijken, en in de tolerantie waarmee we de lelijkheid toelaten die over ons wordt uitgestort.

Heb ik nu een twist aangebracht in de visie van Adriaan Geuze?

Ja, want in zijn visie draait het om de waarde van planning, de planning die toch ook de schoonheid van het landschap moet omvatten. Het landschap is mooi dankzij Mondriaan. Houd je die visie vol, dan moet je wel alle vormen van planning accepteren, ook als ze niet jouw schoonheid tot doel hebben. De enige manier om de schoonheid van het landschap te redden is centrale planning, of een decentrale planning die goed uitpakt. Maar als je de decentrale planning accepteert, dan moet je die ook accepteren als die niet mooi uitpakt.

Bovendien is de lelijkheid van de moderne democratie wraak op het totalitaire Gesamtkunstwerk. Onbewust is het Nederlandse landschap verrommeld en verlelijkt omdat we nog steeds onbewust worden belaagd door de Hitleriaanse idee van het Gesamtkunstwerk. Daar ageren we tegen. In wezen dus door zelfbestraffing. Kijk eens, nazi's, wij zijn machtiger dan jullie, want we verlelijken ons landschap! We zijn zo machtig dat we onszelf kunnen straffen zonder ten onder te gaan.




Vrede is een rommeltje

Hoe kan het toch dat we in onze wereldvisie steeds weer gepolariseerd raken? Wees blij, zei een vriend, nu is er tenminste iets om voor te v...