zaterdag 15 april 2017

Wat hier gaande is

Kijk ik naar wat er gaande is, dan moet ik eerst zeggen dat het me allemaal boven het hoofd is gegroeid. Er is me zoveel boven het hoofd gegroeid dat ik misschien wel moet zeggen: subliem, het sublieme. Maar hoe uit zich dat dan in deze blogs?

Allereerst in het stichten van series. Ik stichtte steeds een serie wanneer daar aanleiding toe was, en dat was best vaak. Schreef Jean-Pierre Geelen weer eens iets over de jacht, of Zygmunt Bauman, wat bij me binnenkwam doordat Minke Knol het boek in mijn postvak gooide, dan stichtte ik dus weer een serie, ditmaal over de jacht. Leuk thema! Doen dus, bloedt vanzelf weer dood.

Daarnaast heb ik ook series laten doodbloeden die werden overgenomen, zo leek het, in de realiteit zelf. Zo herinner ik me dat ik een afspraak had gemaakt, in 'Vervlog', om de identiteit van collega Tjeerd (rara!) over te nemen. Bizar idee, ik stopte ermee. Ik moet er wel bij zeggen dat ik die serie überhaupt was gestart op aanraden van vriend Pieter die met de langere verhalen met episodes goede ervaringen had en mij dat ook gunde. Er was dus al zoiets als identiteitsovername aan de gang, en dat zette zich voort na het doodbloeden van de serie. Want onlangs meldde 'Tjeerd' me dat hij een bepaald evenement wegens omstandigheden niet kon organiseren, en ik werd (met iemand anders) degene die hem werd. Wie had dat kunnen denken??

Sprekend over vriend Pieter, hij nam weer elementen uit mijn leven over in zijn verhalen, wat mij ontsloeg van de plicht om alles maar dan ook werkelijk alles te bespiegelen in het universum waar u nu bent ingedoken. Merel Marijn Snijdood, nu al een beroemd karakter, en een goede vriend van Pieter weet precies wie ermee wordt bedoeld, al kunnen we het hem zelf nu niet meer vragen. Het leven gaat waar het niet gaan kan, voorbij zijn einde...

Dit is toch het moment van de waarheid, deze lente. Planten staan er als dood bij, maar krijgen ineens loten. En scheuten. Ik kon nog zo hard delibereren over mijn eenzaamheid en de non-existentie van de lezer, ineens kreeg ik dan reacties. Het is nu zelfs zo gek dat ik zal overstappen op papier, hier en daar. Het is dus onmogelijk om me nog langer te verschansen in wat een adressant volgens een vriend mijn klooster-existentie noemde. Ik weet nog niet of ik daar blij mee moet zijn. Natuurlijk kijk ik steeds naar de statistische gegevens bij deze blogs, naar de page views. Liever zou ik dat niet doen. Het schrijven moet zelf krachtig zijn. Haal je het nieuws, dan liever met een bericht dat je je monoloog hebt afgestoken ook toen je werd gemeld dat er helemaal geen kaartjes waren verkocht. Denk aan Jezus, de Jezus van Goede Vrijdag, en liever nog, aan de Jezus van Stille Zaterdag. Of aan de stille diplomatie van Bert Koenders.

Ik heb weleens gedacht dat ik moest snoeien. Snoeihard. Alleen nog de prijzingen en de ideeën. Maar toen dook zus Mieke ineens op met iets dat toch bij uitstek paste bij Personae, waar ik het masker van mijn vader had opgezet, en van mezelf als zijn zoon, zoals ook in de Heilige Triniteit al het geval was. Schrijf ik iets over mijn vader en mij, als goedkope proactieve imitatie van Knausgards deel 1, dan moet het gewoon daar. En zo blijf ik maar wat slingeren, geslingerd worden, door mijn zus, door God (Welke?) en wie weet door mijn vader zelf.

De duizend bloemen bloeien dus door, her en der. De kaders helpen niet, ze helpen alleen om te worden overschreden. De series worden gesticht en laten zich niet doodbloeden. Snoeihard herleven ze, 'het is sterker dan mezelf!' zoals vriend Pieter placht te zeggen. Ik zou nu kunnen zeggen 'Ecce homo', zoals gisteren Pilatus nog, maar je zult moeten overgaan op meervoud, maiestatis of multitudo.

Er breekt zich iets baan, voortdurend. Het mooiste zou zijn wanneer ik zoals leerling Yorrick en filosoof Agamben een witte bladzijde zou inleveren als resultaat van dit spreken zonder zeggen, dit spreken in mogelijkheden die zijn geabstraheerd van de verwezenlijkingen. Hoe dan ook loopt dit betoog uit op wit.

Afbeeldingsresultaat voor sjoelbak

zaterdag 1 april 2017

Verwondering

Victor Mids verkoopt verwondering, zei hij. Het mooie is dat hij goocheltrucs uithaalt en dat mensen dan inderdaad verwonderd zijn. Ze zeggen: o, hè, dat is bizar!

Zo zijn de mensen dan inderdaad verwonderd. Verwondering is hun verkocht, en verwonderd zijn ze. Ze hebben precies wat hun was aangekondigd. Dat maakt Victor Mids zo betrouwbaar.

Nee, ik steek niet de draak met Victor Mids en heb niet de bedoeling de betovering te verbreken. Er is wel degelijk verwondering. Om die te laten ontstaan hebben we onszelf nodig. Victor voert zijn trucs voor ons uit maar niettemin zijn we verwonderd om deze trucs. Dat moet dus ook met onszelf te maken hebben. Wij zijn het die verwonderd zijn en Victor geniet van onze verwondering, glimlachend en in stilte.

Laat ik voorzichtig een stelling wagen. Dat we verwonderd zijn om de goocheltrucs van Victor Mids betekent dat verwondering vooral verwondering is die we willen. Verwondering is verlangen. Het is dus zeker niet zo dat de verwondering het zijn geldt. De verwondering geldt hooguit het zijn van dat verlangen. Hè, zijn we verwonderd om de goocheltrucs van Victor Mids? Bizar!

We spelen stilstand, weerstand, wantrouwen om de verandering alle ruimte te geven. De verandering vindt plaats en daarvan maken onze stilstand, weerstand en wantrouwen deel uit. Ook de transactie verwondering maakt deel uit van de verandering. De transactie verwondering maakt als ingeloste verwachting deel uit van de verandering.

De trouwring van Wendy van Dijk is voorgoed verloren.


Afbeeldingsresultaat voor hans kaps

vrijdag 24 maart 2017

De integriteit van pianisten

We denken nog steeds dat pianisten erg bezig zijn met de inhoud. Ze verdiepen zich in de bedoelingen van de componist en schermen zich af van de buitenwereld. Maar daar heeft die buitenwereld iets op gevonden. De afscherming neemt die buitenwereld op in zijn spektakel. Interessant, die integere, zich afschermende pianisten!

En zo komen de broertjes Jussen weer eens bij Matthijs van Nieuwkerk. Ze worden belicht behalve hun muziek en de bedoelingen van hun componisten. Er wordt verteld hoe een autoriteit hen ervan langsgaf en hoe geweldig dat is.

Ik ga langzamerhand denken dat die heisa te maken heeft met de muziek zelf. Niet aan de randen, maar in de kern. Piano spelen wil zeggen dat je doet aan spektakel. Je monnikengedrag is spektakel.

Zo kijken we naar integeren en aanstellers. Beiden zijn ze evenzeer verwikkeld in de media, het getoeter en het gestel. De vroege en de late Liszt zijn even integer, even spiritueel. Het zijn pianisten, het is een pianist.

Afbeeldingsresultaat voor liszt

woensdag 25 januari 2017

Pendelen tussen goed en kwaad - Opnieuw Milgram

Een boeiend artikel van Rutger Bregman in De Correspondent. Ik had toevallig ook juist geschreven over die Milgramexperimenten waarbij proefpersonen bereid waren onbekende anderen electrische schokken toe te dienen als hun daarom werd verzocht. Het zou de banaliteit van het kwaad illustreren. Dat hing in de lucht omdat juist in die tijd Hannah Arendt ook onder die titel schreef over het Eichmannproces in Jeruzalem.

Er is weer een nieuwe consensus onder psychologen, signaleert Bregman, over de Milgramexperimenten. Milgram wilde iets te graag zijn uitkomsten. Daardoor kende hij te weinig betekenis toe aan de protesten van de proefpersonen en aan de redenen waarom ze overstag gingen. Niet om kwaad te doen, maar juist om goed te doen. Bijdragen aan de wetenschap bijvoorbeeld, wat precies de reden was dat ze meededen met het experiment.

Mensen streven graag het goede na, althans meer dan de helft van hen. Zelfs als ze kwaad doen is dat vaak omdat ze juist het goede nastreven. Misschien, zo interpreteer ik Bregman, zijn de meeste mensen gewoon wat onhandig. Ook hij gelooft dat het vooral draait om herhaling, inslijping, inoefening. Zo komen we dus weer terecht bij de deugden en de habitus. Degenen die weigerden de opdracht van Milgram uit te voeren herhaalden net iets vaker dan de anderen dat ze bezorgd waren over de opdracht of over de proefpersoon die het uitschreeuwde, dat ze wilden weten waarom etc.

En zo laat Bregman zich meeslingeren met de pendule. Na de oorlog was het belangrijk dat men geloofde in het goede, even later kwam de banaliteit van het kwaad bovendrijven, de hippies wilden weer naar goed, daarna de punks, de cynici, en nu wil Bregman graag weer terugslingeren. Mode? Nee, geloof, geloof dat nodig is om het goede te bewerkstellingen. Het goede, zelfs als dat leidt tot het kwaad. De laatste zinnen van Bregman:
Verzet heeft zin. Beschaving is besmettelijk. Het goede heeft altijd kans, als we er in durven te geloven.
Ik ga even liggen. Als ik weer bijkom uit mijn roes (Hallelujah) denk ik na over dit geloof in het goede in verhouding tot de les die ik vorige week rond Milgram had geleerd.

Ik had Milgram gekoppeld aan de film, en via de film aan een experiment met het onbewuste in een leersituatie. Je leert iets van Milgram doordat je ernaar kijkt, zelfs of misschien zelfs wel doordat je je ervan afkeert. 'Saaie kutfilm', zie je de leerlingen denken. Maar dat is de manier waarop ze in slaap worden gewiegd, zichzelf in slaap laten wiegen. En zo worden we altijd, vroeg of laat, in slaap gewiegd.

Bregman doet het met zijn hallelujah (ik moet de roman van Annelies Verbeke met deze titel nog lezen maar geniet nu al voor). We geloven in het goede en zijn precies daarom geneigd stroomstoten toe te dienen of desnoods een paar miljoen Joden af te slachten. We waren vergeten dat dezelfde morele logica was losgelaten op het Deense verzet in de oorlog als op de Duitse soldaten die de executies uitvoerden.

Het zijn de morele logica en de hypnotische slingerbeweging die ons in slaap doen sukkelen....

Goed!.... Wat hebben we hiervan geleerd?

Dat we De Correspondent moeten blijven lezen natuurlijk. We willen ons laten onderdompelen in de sfeer waaraan we zo'n behoefte hebben, we willen erbij zijn, de warmte voelen van het erbij zijn. Daarom pendelen we heen en weer tussen de erfzonde en de geneigdheid tot het goede. Niet zozeer om iets te ontdekken over de mens, maar om te bewegen, om onszelf het idee te geven dat we bewegen.

Misschien is dit de essentie van de training. Niet zozeer de inspanning, als wel het voorkomen dat we daar zitten op die bank, als een plant, verlamd. We bewegen wat heen en weer, we vallen in slaap en worden weer wakker. Het geeft een fijn gevoel, het geeft ons het gevoel dat we waakzaam zijn, altijd klaarstaan voor het onverwachte.

Niets verbeeldt deze pendelbeweging beter dan de proefpersoon die de opdrachten uitvoert maar toch protesteert. Of protesteert maar toch de opdrachten uitvoert. Aarzelen kun je het niet noemen. Ook niet echt training. Bij training denk ik aan een doelgerichte herhaling met steeds grotere intensiteit. De toenemende intensiteit is er wel, hier, maar komt van buitenaf. De proefpersoon reageert in pendelbeweging, heen en weer, heen en weer....

Afbeeldingsresultaat voor slinger van foucault




vrijdag 30 december 2016

Het begin van het onderwijs - Harm Pinkster over SPQR

Wat is een begin? Wanneer begint iets? Dat is een tamelijk filosofische, niet erg urgente vraag. Maar hij kan ineens heel belangrijk worden. Dat heb ik gemerkt toen ik mijn leerlingen wegwijs probeerde te maken in het loodzware woordenboek van Harm Pinkster. Bij veel woorden staat een hele reeks aan betekenissen. Maar welke is de juiste? Heel vaak is de juiste betekenis de meest gangbare, de 'hoofdbetekenis'. Maar dat is lang niet altijd de eerstgenoemde in de lijst. Vroeger was dat geen probleem. Leerlingen wisten iets beter wat de gangbare betekenis was, en konden in het woordenboek terecht voor andere betekenissen wanneer ze die nodig hadden. Nu ligt dat anders. Omdat alles kan worden opgezocht ontbreekt de urgentie om veel uit je hoofd te leren. Je ziet je dus oog in oog met de chaos, juist wanneer je naar orde zoekt.

Ik ben er niet zeker van of Pinkster zich van dit probleem bewust is. In een van zijn voorwoorden schrijft hij:
'Bij de opbouw van de lemmata heb ik - in navolging van het Duitse voorbeeld - gekozen voor een lineaire opsomming van betekenissen van een woord en niet voor een hiërarchische structuur met hoofdbetekenis(sen), deelbetekenissen en ad-hocinterpretaties. Ik ben me ervan bewust dat daarmee de grens tussen contextuele interpretatie en betekenis vaak wordt overschreden, met uiteraard het risico van onjuiste of te toegespitste interpretaties. Ik heb voorrang gegeven aan de overzichtelijkheid voor de gebruiker boven een eventuele vanuit de semantische theorie meer verantwoorde systematiek.
Pinkster streeft dus een overzichtelijkheid na waarvan hij meent dat die de gebruiker ten goede komt. Die gebruiker, de leerlingen en mezelf, zie ik steeds weer worstelen met zijn lineaire opsommingen. Ik kom er met mijn surplus aan taalcontact meestal wel uit, mijn leerlingen vaak niet.

Het begin dus. Ik kwam het woord bij Harm Pinkster tegen in zijn aanval op de methode Latijn SPQR, en wel aan het eind:
Mijn conclusie is dat deze leergang niet in deze vorm op de markt had moeten worden gebracht. Meer principieel vind ik het onbestaanbaar dat het onderwijs op allerlei manieren wordt geëvalueerd, wat een enorme werkdruk oplevert voor docenten en andere betrokkenen, maar dat aan het begin (het te gebruiken lesmateriaal) iedere vorm van kwaliteitscontrole ontbreekt. (VCN jaargang 41, r. 167, p.10)
Het begin, zegt Harm Pinkster, is het te gebruiken lesmateriaal. Uit de context van zijn betoog leid ik af dat hij met name 'het Latijn als zodanig' in dat lesmateriaal bedoelt. Het Latijn als zodanig is dus het begin van het onderwijs in Latijn. Hoe moet ik begin hier opvatten? In de zin van de hoofdbetekenis van het onderwijs? Dat zou betekenen dat Pinkster hier een belangrijk statement maakt. Hij noemt het bovendien 'principieel', waarmee hij via het Nederlands verwijst naar het woord 'principium', wat volgens zijn woordenboek betekent: 1. begin, oorsprong; 2. (poët.) (meton.) grondlegger, stichter; 3. grondbeginsel; 4. grondstof, element; 5. tribus of curia die als eerste stemt bij de comitia; 6. ereplaats, eerste plaats; 7. (milit.) (plur.) (a) voorste gelederen, front; (b) hoofdkwartier; 8. (Mel.) principe.
We moeten het woord 'begin', de eerste betekenis van de lijst, niet opvatten als hoofdbetekenis, we moeten het bekijken vanuit de overzichtelijkheid voor de gebruiker.

Met 'principieel' bedoelt Pinkster hier wellicht een betekenis in het verlengde van nummer 3, 'grondbeginsel'. Maar andere betekenissen zijn zeker ook in het spel. Je kunt denken aan de eerste betekenis, 'begin', wat de betekenis van zijn statement zou veranderen. Het kan zijn dat hij na zijn eerste indrukken SPQR afkeurt, maar niet uitsluit dat verdere overwegingen ook ter zake zijn. Ook vermoed ik dat betekenis (6) in het spel is. Pinkster is door een bevriend docent uitgenodigd zijn aanval uit te voeren, ongetwijfeld omdat hij geldt als een autoriteit op het gebied van de latinitas, het Latijn als zodanig.

Geleidelijk win ik meer overzicht. Het wordt me duidelijk dat Pinkster met 'begin' meer bedoelt dan het begin van het productieproces van een methode. Het gaat hem om het begin van het onderwijs. Waar moet je beginnen bij je evaluatie van dat onderwijs? Wat moet je belangrijkste vertrekpunt zijn? Het Latijn als zodanig, de Latinitas. Latinitas: (1) zuivere Latijnse taal, correct Latijn; (2) Latijns burgerrecht. Ook hier, in de veroordeling van Pinkster, speelt een politiek-juridische betekenis mee. De leergang SPQR 'had in deze vorm niet op de markt moeten worden gebracht'. Vanwege de onvolkomenheden in het correct Latijn. Je zit dan al gauw op het niveau van de landelijke politiek, die zich een aantal jaren geleden heeft gebogen over het belang van de vertaalvaardigheid en de cultuur bij de klassieke talen.

Nu wordt het interessant, gezien zijn gezag en het gewicht van zijn statement, waarom Pinkster zoveel belang hecht aan zijn begin, aan zijn principes en aan het Latijn als zodanig in het onderwijs. Maar helaas, hij laat zich daar niet over uit. Hij legt wel uit waarom niet:
Ik had ervoor kunnen kiezen een beschouwelijk stuk te schrijven waarin ik zou ingaan op de meest opvallende tekortkomingen. Ik voorzie dat dit de reactie zal oproepen van het soort: daar heb je weer zo'n vrijgestelde deskundige met zijn opvattingen, maar wat kan ik er in de praktijk mee?
Om deze reactie voor te zijn heeft Pinkster zich beperkt tot een 'heel concrete taalkundige analyse' van enkele teksten in SPQR. Moet ik nu concluderen dat de afwegingen van Pinkster geen praktische betekenis hebben? Of dat de lezers niet in staat zijn die praktische betekenis te doorgronden? En hoe verhoudt zich zijn zelfbeperking tot de principiële opmerking die Pinkster op zijn conclusie laat volgen?

De auteurs van SPQR lichten in hun reactie de uitgangspunten van hun methode toe en bevestigen daar dat niet de latinitas hun vertrekpunt was, maar de aanbevelingen van De blauwe broer en hun eigen didactische keuzes. Maar dat betekent niet dat ze de latinitas aan hun laars willen lappen. Ze stellen zich open voor adviezen en voor gesprekken met de deskundigen.

De blauwe broer dus. We bevinden ons in een politieke discussie die Pinkster met zijn interventie heropent. We meenden te maken te hebben met een aanval op een methode, maar over de rug van de methode wordt een onderwijspolitieke agenda neergelegd waarin latinitas het 'begin' van het onderwijs zou moeten worden. Met als argument dat ... ja wat eigenlijk? Ik krijg de indruk dat we hier stuiten op iets dat eerder van een principiële orde is dan van praktische waarde. Ook is de taalwetenschap in het spel.

Die wetenschappelijkheid spreekt me aan, ik heb het niet zo op de praktijk als enig richtsnoer voor het onderwijs. Zeker op het VWO moet belang worden gehecht aan de wetenschap. De leerstof moet bevrijd worden van zijn te directe gerichtheid op praktische doelen zodat we leren de dingen tegemoet te treden met een frisse blik. In die zin is het ook een goede ervaring als de leerling het woordenboek van Pinkster induikt en ondergedompeld wordt in de chaos. Woorden hebben misschien wel een hoofdbetekenis, maar die moet de leerling in de chaos zelf ontdekken. De 'risico's' leren hem hoe taal werkt. Taal is geen overzichtelijke orde, die orde is slechts een aspect ervan. De leerling wordt met hulp van Pinkster ingevoerd in een docta ignorantia die heilzaam is voor onze samenleving die met Google steeds meer verscheurd wordt tussen illusoire orde en de moerassen van de jungle.

Waar ik niet in meega is de onderschatting van de lezer door Pinkster. Waarom voorspelt hij mijn reactie en onthoudt hij me op grond daarvan zijn argumenten voor een zo categorisch oordeel? En waarom zoekt hij niet het niveau waarop zijn principiële weging van latinitas naar zijn idee tezeer ontbreekt, namelijk de onderwijspolitiek? Nu krijgt zijn aanval mogelijk het verkeerde effect: de makers van SPQR worden getroffen, niet de makers van de andere methodes die volgens Pinkster evenmin op hun latinitas worden beoordeeld. Het oordeel verloopt bovendien via het krediet van de consument. De wetenschappelijke principes van Pinkster kan de consument ook opvatten als een vorm van magische status, niet per se als uitnodiging tot academische en politieke discussie.

Op mijn school in Tiel blijven we overigens SPQR gebruiken. De methode past goed bij mijn waardering van het vak Latijn. Die staat of valt niet met het Latijn als zodanig, wat dat ook moge zijn. Wat mij betreft worden leerlingen met dit vak ingevoerd in een taal en wereld die nog steeds springlevend zijn, in dat bijzondere mengsel van vertrouwdheid en vreemdheid. In blogs blijf ik nadenken over wat taal eigenlijk is, taal als zodanig. De kern ervan ligt zeker niet in de correctheid maar in het leren lezen. Wanneer iemand spreekt over de taal 'als zodanig' voel ik me behalve als onderschatte lezer ook filosofisch uitgedaagd. Het is goed als iemand daarover een discussie opent.

Zelfs een categorisch oordeel zonder argumenten, zoals dat van Pinkster, kan zo functioneren. Ik hoop dat het zo functioneert. Laat ik niet op mijn beurt de reacties voorspellen.

Afbeeldingsresultaat voor teacher stick





dinsdag 27 december 2016

Gelovig worden

Wij stellen ons het geloof voor als een blikseminslag. Misschien wordt daarmee niet bedoeld dat het in een miniseconde toeslaat. Eerder is het een proces. Kijk maar naar Augustinus. Het kruipt onderhuids en komt ineens naar boven. Vertel je het achteraf, dan wordt het proces ook nog eens herkenbaar en tot op grote hoogte redelijk. Misschien zelfs wel helemaal redelijk, want iedereen begrijpt dat juist het geloof niet te verklaren is, juist dat is redelijk.

Vannacht hoorde ik op de radio Stephan Sanders in gesprek met Thijs van den Brink. Stephan Sanders, een der laatste boegbeelden van links Nederland. Nu dus gelovig katholiek. Hij is er al een jaar mee bezig, en sprak bijvoorbeeld in februari al openlijk over het proces waarin hij zat. Ik hoor hem spreken over 'proefjaar' en in termen van geleidelijkheid. Tegelijk overkomt het hem. Dat moet dus die blikseminslag verbeelden, denk ik. Het geloof komt van buitenaf.

Derrida opperde dat we dat buiten evengoed of beter kunnen voorstellen als iets dat helemaal van binnen komt, een binnen dat tegelijk onbekend is en bekender dan wat ook. We kijken dan via Derrida door de bril van Kierkegaards Abraham die moet zwijgen als hij zijn zoon gaat afslachten. Maar het geloof is, als we Paulus volgen, evenzeer iets dat van het hart naar de mond loopt, zoals Agamben memoreert. Dat sluit elkaar niet uit. Het Derrideaanse zwijgen is eveneens een vorm van praten. Het geheim is nergens veiliger dan in het schijnbare verklappen dat wordt doorzien, maar niet als wat het is.

Zo denken ook wij Stephan Sanders te doorzien, vooral op de momenten dat hij zo redelijk klinkt. Ach, een welbespraakte intellectueel, daarvan hebben we er al veel gezien. Zo nu en dan slaat God toe en kiest Hij er een uit. Zo'n beetje als koning Minos of de cycloop. Dat offer brengen we graag. Het houdt ons nederig, ook ons kan het vroeg of laat overkomen. Bovendien kunnen we onszelf in de ogen kijken als goede mensen, we zien een geestverwant vallen voor het geloof en maken hem niet belachelijk.

Precies dat is wat indruk maakte op Stephan, de kwestie van het goed mens worden. Een pastor van de Nicolaaskerk stelde hem de vraag: was Stephan een beter mens geworden sinds hij geloofde? Al zijn therapeuten hadden hem die vraag nooit gesteld. En Stephan vond het een erg belangrijke vraag.

Ik begin te geloven, nee ik geloof al langer, dat het geloof iets te maken heeft met het volstrekt nieuwe. Dat is wat mgr. Simonis mij ook vertelde in ons kennismakingsgesprek toen ik voor het bisdom ging werken. Het Christendom, zei hij, bracht iets radicaal nieuws. We moeten dat nog zien te achterhalen wat dat is, dat nieuwe, maar dat het nieuw is stond voor hem vast. Het aardige van Stephan Sanders is dat hij juist het katholicisme waardeert vanwege de mengelementen, vanwege Maria en het Latijn, elementen die de grens tussen Christendom en wat eraan voorafging wazig maken. Daarmee zegt hij echter niet dat het Christelijk geloof niet iets nieuws brengt. Dat nieuwe zat misschien ook al in die elementen die eraan voorafgingen, Cybele, Isis, het Latijn etcetera.

In de vijfde klas heb ik het Christendom onlangs even uitgelegd. Sterk in het verlengde van het Jodendom, maar ook van de Romeinse religie, met zijn kernwoorden fides en sacramentum. Als leerlingen me vragen of ik gelovig ben, ontken ik dat. Ik ben inderdaad niet gelovig, denk ik. Maar ik sympathiseer wel met Stephan Sanders die het opneemt voor de twijfel. Gelovigen twijfelen meer, zegt hij. Daar ben ik dan weer niet zo zeker van. Ik denk dat ongelovigen vaak ook twijfelen. Het verschil in inschatting heeft vast te maken met de vraag hoe diep je in de mediawereld zit. In de media domineren de mensen die hun mening verkondigen. De twijfelaars laten iets minder vaak van zich horen. De ietsisten zijn alweer een tijd geleden weggezet als vage geesten door zowel atheïsten als gelovigen.

Ik laat de gedachte toe dat ik deels gelovig ben. Zeker geldt dat voor de politieke en economische wereld waarin ik leef. Via de theologie krijgen we daar zicht op, via termen als soevereiniteit en invisible hand. Ook de idee dat we een vrij individu zijn getuigt van geloof, ze wordt weersproken door zowat alles wat we erover kunnen zien en bedenken. Misschien was ik dus te haastig toen ik zei dat ik ongelovig was. Misschien is het precies het gelovig worden wat me aantrekt bij Stephan Sanders. Ben je het eenmaal, dan wordt het banaal en oninteressant. Lees het bekeringsverslag van filosofe Karin Melis. Na haar doop veranderde er niets.

Ik sluit daarnaast allerminst uit dat je, naarmate je geloviger wordt, je tevens ongeloviger wordt. Je gaat meer verzet aantekenen tegen de idolen, je rekent af met naïeve godsbeelden. Wat ik heb geïnterpreteerd als mijn ongeloof was in werkelijkheid misschien complexer.

U merkt, het gaat mij vooral erom, te begrijpen wat dat geloof is. Ooit koos ik voor de studie theologie. Toen al wist ik dat de filosofie een soort noodlot voor me was, vermengd met andere zaken, bevlogenheid, moraal, mysterie... Begrijpen wat het geloof betekent, betekent dus ook dat ik terugkijk op mijn leven en wat ik zoal gelezen heb. Er tekent zich een patroon af, een richting.

Afbeeldingsresultaat voor lege kerk


zondag 20 november 2016

Bildung twee kanten op lezen

Heb je het over Bildung, dan gaat het bijna automatisch over Steigerung. De Bildung, daar moet een tandje bij, het moet anders en beter. Daartoe doen we dan een voorstel, een geleg. Maar zoals het woord geleg al zegt, je kunt vaak twee kanten op lezen en het toch over hetzelfde woord hebben, zoals bijvoorbeeld de joden in Alexandrië wisten, als ze naast het Grieks nog het Hebreeuws van hun voorouders beheersten.

Kijk je naar het programma De Kwis, dan zie je ineens die andere, dalende beweging van de Bildung. Je moet elke moreel-politieke les verpakken in een grap. Maar die grap moet wel meteen begrepen worden, dus nadrukkelijk uitgesproken en niet te snel getimed. De kandidaat heeft Paul de Leeuw naast zich die doet alsof hij de antwoorden nog niet weet en hardop zit te denken. Ik herken deze didactische aanpak van mijn lessen, waarin ik mezelf de leerling zie begeleiden tot vlak voor het juiste antwoord, hopend dat hijzelf dat laatste stapje kan zetten, desnoods door zich na mijn duw te laten uitdrijven.

Vroeger noemden ze dat ook wel: op je hurken gaan zitten. Bildung moet op de hurken gaan zitten. Tegenwoordig wordt dit vooral op een waarschuwende, afwerende toon gezegd. Je mag niet op de hurken gaan zitten, omdat de leerling zich dan gekleineerd voelt. Je moet hem integendeel als een volwassene behandelen. Ook dit, deze kritiek op de hurkende houding, is een duw in de juiste richting waarbij je hoopt dat die leerling zelf de laatste stap zet, door niet te blijven steken in de parodie van een volwassene maar begrijpt dat volwassen zijn ook een zekere uniciteit inhoudt, dat je pas volwassen bent als je dat anders bent dan de anderen.

U merkt, ik heb u geduwd in een bepaalde richting. De Bildung is nu de leerling geworden en wij moeten haar (het woord Bildung is vrouwelijk) vertellen in welke richting ze moet bewegen. Mijn vraag, mijn didactische, activerende vraag aan u is nu welke instantie hier aan het onderwijzen is. Waar zijn we als we de Bildung de juiste kant op willen sturen? Het juiste antwoord spel ik even andersom zodat u nog even de kans heeft zelf na te denken: Gnudlib.

We komen terecht bij een Bildung die vervat ligt in de Bildung zelf, een Bildung die pas Bildung is door het niet te zijn. Bildung is, net als overigens het woord geleg, een heterotautologie, iets anders zeggen door hetzelfde te zeggen.

Nu wordt het wel lastig om nog het juiste niveau van de Bildung in te schatten. Wanneer we Bildung altijd twee kanten op kunnen lezen, staat dan de academische Bildung op een hoger niveau dan die van de Vara? En bevinden we ons nog wel in de Bildung wanneer we die überhaupt ergens aanwijzen of invoeren? Hier komen we gevaarlijk dicht in de buurt van filosofie. Nog een stap verder, en die stap mag u zelf zetten, en we enten de Bildung in iets dat wezenlijk anders is dan Bildung, en ook niet meer zo genoemd kan worden.

Afbeeldingsresultaat voor zwemmen keerpunt

Vrede is een rommeltje

Hoe kan het toch dat we in onze wereldvisie steeds weer gepolariseerd raken? Wees blij, zei een vriend, nu is er tenminste iets om voor te v...