vrijdag 10 april 2015

Westerse lente?

Dat we niet werkelijk onze omgeving onder controle hebben weten we eigenlijk wel. Hoewel het individualisme bij jongeren alleen maar schijnt toe te nemen, en daarbij hoort ook de idee dat jou niets ergs zal overkomen omdat je alles onder controle hebt. En niemand wil een loser zijn, dus dan ben je dat ook niet, per definitie.

Des te opmerkelijker was het dat gisteren in TivoliVredenburg niet alle (oudere) jongeren naar de uitreiking van de 3FM Award gingen maar ook een deel naar de lezing van sociologe en econome Saskia Sassen. En hoewel zij door Zihni Özdil werd aangevallen omdat ze het vertaalprobleem van haar boodschap voor de verworpenen der aarde zou onderschatten, hield zij fier stand. Zou er dan toch een opleving van een intellectueel discours met marxistische inspiratie aanstaande zijn? Een westerse lente?

Getuige van die verwachting was ook de retoriek van de folders, waarin de verworpenen worden opgeroepen de verloren ruimtes in de steden weer te hacken. Hacking zal voor de meeste toehoorders geen nostalgische bijklank hebben gehad, daarvoor waren ze te jong. Maar ook voor oudjes zoals ik is de nostalgie niet alleen maar verhelderend, omdat hacking destijds in Amsterdam toch vooral een mediagebeuren was. Nu ging het gesprek over economie, financiën en bezetting van de stedelijke ruimte.

Hoe komt het toch, luidde de Sennett-achtige vraag van Sassen (vrouw van Sennett), dat al die giga-corporaties blijven investeren in die steden zonder dat de middengroepen en lagere klassen daarvan profiteren, sterker nog: blijven lijden onder de gevolgen van de crisis en uit die ruimte en het sociale leven überhaupt worden verdreven? Haar antwoord was even opmerkelijk als simpel: die corporaties weten gewoon niet wat ze met hun geld aan moeten. Ongeloofwaardig? Niet voor wie Tegenlicht volgt en ziet hoe de kantoren worden gebouwd, afgebroken en elders herbouwd terwijl de werknemers hun werk thuis op de laptop doen.

Nu probeer ik voor mezelf dat discours te verwerken, en daarvoor is dit blogje onvoldoende. Maar laat ik eens een schematiserinkje wagen met drie denkrichtingen:

1. De dialectiek. De verdrijving van grote groepen uit de stedelijke ruimte creëert uitgeslotenen, een probleem en, zoals Marx dat zo mooi kon zeggen: in de vraag ligt het antwoord al besloten. Het hacken gaat dus onvermijdelijk gebeuren. Het enige dat we hoeven te doen is eraan werken, maar werken is potentieel bevrijdend, zeker als het in het teken van de opheffing van de vervreemding staat.

2. De nomadische oorlog. Dit model is van Nietzscheaanse inspiratie en domineert in Mille plateaux van Deleuze en Guattari. Staat en kapitaal organiseren de ruimte permanent op een gecontroleerde en hiërarchische wijze. Maar buiten die ruimtes bevinden zich de 'gladde oppervlakken' (woestijn, steppe, zee) waar de 'nomaden' zich ophouden, ook wel aangeduid als 'oorlogsmachines'. De oorlog is virtueel, maar wordt geactualiseerd wanneer de staat met de nomaden in aanraking komt. De stedelijke ruimte neemt binnen deze oorlog een geheel eigen plaats in. De stad is eerder glad dan 'gegroefd' en nooit te controleren vanuit het kapitaal. We maken dus gewoon een nieuwe versie mee van deze oorlog, niet een dialectisch verlopende ontwikkeling.

3. Achtervolging van spoken. Dit model is weer van marxistische inspiratie maar gedeconstrueerd door Derrida: 'Spectres de Marx'. Het kapitaal is niet zomaar te begrijpen naar het model van de staat, maar bestaat essentieel uit de bezwering van zichzelf en zijn tegenkrachten. Bezwering zoals je een spook bezweert, maar ook zoals je een spook in leven roept. In essentie gaat het om krachten die van binnenuit het kapitaal zelf worden opgewekt (zoals bij Marx) maar niet in productieve zin. De uitgeslotenen duiken voortdurend op in het centrum van dat kapitaal zelf (zoals bijvoorbeeld in het cynisme van de investeerders die niet weten wat ze met hun geld moeten doen). Het is dus hoogst twijfelachtig of de uitgeslotenen wel 'echt' bestaan, of ze 'echt' uitgesloten zijn, of dat het een fantasie is die ons in een nachtmerrie komt bezoeken, een fantasie die zomaar kan gaan woekeren. Zou het toeval zijn dat de kunstenaars hun hackfantasieën uitleven in de voormalige gevangenis op het Wolvenplein? Ongevaarlijk, zullen de investeerders denken. Maar je weet het niet zeker...

In al deze drie modellen zijn niet de stedelijke ruimtes de werkelijke inzet, maar een 'toekomstige' samenleving. Met andere woorden: we moeten, zoals kunstenaars dat doen, het utopische karakter van de filosofie beschermen om niet zelf aan cynisme ten onder te gaan.

zaterdag 4 april 2015

Literair Pasen

Tegenover een collega haalde ik een gesprek naar boven dat ik lang geleden met een liturgist had. Die vond het maar raar dat je een overledene bij de uitvaart toespreekt. Die is immers dood. Je moet je richten tot de nabestaanden en tot de levende God.

Vanochtend trof me de opmerking van de Zweedse dichter Tranströmer die door Arjan Peters in de Volkskrant werd gememoreerd, er bestaat een kier/waardoor doden/de grens over worden gesmokkeld. En toeval of niet, ik las vandaag ook nog de roman waarin de Catalaan Adrià zich richt tot zijn overleden geliefde. Daar domineert het Orpheus en Eurydicemotief.

Wanneer de dood voortijdig toeslaat krijg je een sterk verlangen het onrecht te herstellen. Haast vanzelf dringt zich dan de muziek op als sterk instrument om de heer van de onderwereld te vermurwen. We kennen het sterke betoog van Orpheus en de tragische vergissing die het herstel voorgoed onmogelijk maakt. Maar ook zonder zijn Eurydice en na zijn marteldood door de Mainaden blijft hij zingen.

Succesvol of niet, de literatuur kan niet anders dan zingen. Ze kan niet anders dan willen dat de overledene weer terugkeert in ons midden, al is het maar in onze verbeelding. Daarom heeft bijvoorbeeld een Jezus moeten wachten op literatuur, het passieverhaal dat zonder twijfel het meest muzikale deel van de evangeliën is. En al lang voor Bach hield de muziek Jezus in leven.

Alleen al daarom verbaasde het me niet echt dat bij de uitvaart van Jos zijn koor optrad met twee koralen uit de Johannespassion, en dat Jos' vrouw haar geëmotioneerde speech opbouwde vanuit de herinnering aan Jos' optreden daarin. Ze vertelde over een roos die snel verwelkte en door Jos ondersteboven werd gehangen als herinnering. Een herinnering die een dag later op dramatische wijze van betekenis veranderde.

Via de hangende roos, via de Johanneskoralen, via de nabestaanden spreken we Jos zelf toe. Ook als we niet geloven in een leven na de dood. Door de kieren van literatuur (maar hoe kunnen we ons ooit succesvol tegen literatuur afgrenzen?) dringt Jos binnen en voel ik opnieuw zijn zorgzame belangstelling. Goed, de herinnering aan hem zal verwelken, maar wij ook. Tot die tijd leven we en tot die tijd klinkt gezang.

zondag 29 maart 2015

Wie overblijft

Prima overwinning vandaag, van Luca Paolini in Gent-Wevelgem. Na afloop werd gesuggereerd dat hij de juiste demarrage op het juiste moment plaatste. Je kunt allerlei andere oorzaken erbij halen, ploegentactiek, ervaring (38 jaar!), pieken op het juiste moment.

Maar hoe komt het dat ik bij duursport steeds moet terugdenken aan die Duracell-reclame met die konijntjes die op drummetjes meppen? Die van Duracell blijft langer doordrummen, niet vanwege ploegentactiek maar omdat het nu eenmaal Duracell is.

Ik moet terugdenken aan het fabuleuze concert van metronomen dat door György Ligeti was georganiseerd in gemeentehuis Hilversum. Honderd metronomen, en een ervan bleef op het eind doortikken. Ja allicht.

Neem een willekeurige marathon. Strijd wordt gesuggereerd, maar wat we zien is een afvalrace, bijna altijd. En iedereen weet dat. We hebben respect voor de winnaar.

Maar mensen toch, is dat wel terecht??

Afbeeldingsresultaat voor duracell konijn

vrijdag 13 maart 2015

Dit is een bijdrage aan de veredeling van het leven

De vuile was binnenhouden. Het houdt je van de straat. Trekken aan een dood paard. Het zijn evenzovele motieven om blogs te schrijven. Alles is goed genoeg, als het maar werkt.

Je kunt het hele dagelijkse leven in dienst stellen van het schrijven. Maar het kan ook andersom! In Oefeningen in wat ik zoal meemaak is dat evident. Ik oefen wat en kan daarna weer uitgerust meedoen aan wat eigenlijk toch al gebeurt. Hier in Geleg is de evidentie een stuk minder. Maar ook hier staat het schrijven ten dienste van het leven. Alleen werkt het anders. Uitgangspunt is hier dat het leven geen behoefte heeft aan schrijvers. En voorzover het dat wel heeft, zijn er schrijvers zat. Voor mensen die met alle geweld willen schrijven maar op wie niemand zit te wachten zijn er prima oplossingen bedacht: Facebook, dagboeken, maar ook blogs als deze, waarom niet.

Maar helpt het, en hoe dan? Stel je eens voor dat ik alle onzin die ik hier eruit gooi zomaar in het gezicht zou smijten van mijn naasten en vrienden, laat staan vreemden! Okee, duidelijk. En voor de mensen die zeggen dat dagboeken dan effectiever zijn, moet ik toch wat relativeren. Ook in dagboeken richt je je vaak nog aan een adressant: Lieve Kitty! Blijkbaar is het toch lastiger dan we denken om te schrijven zonder aan te nemen dat het kan worden gelezen. Dat is alleen weggelegd voor de diehards.

Het leven wordt er beter van wanneer teksten als deze worden afgevoerd zoals we zweet en poep afvoeren. Het leven wil worden veredeld. Het kan nauwelijks worden verbeterd, want dan zou het allang beter zijn geworden door alle inspanningen die er zoal worden verricht. Veredeling of sublimatie is volgens Alessandro Baricco een verbetering waarbij je het leven in de kern accepteert zoals het is, ook als dat betekent dat de barbaren het voor het zeggen krijgen.

Negatieve sublimatie, dat is waarvan je weer even getuige was. Dus. En nu weer terug naar het leven en kijken of het geholpen heeft!

Afbeeldingsresultaat voor vuilstort

zaterdag 7 maart 2015

Een vrouw en geen Jood

Marjan Slob gaf eerlijk toe dat de Derrida van Sjibbolet haar niet helemaal kon meevoeren. Derrida maakt daar een punt van besnijdenis. Hij verbindt dat aan de cirkel, het lichaam en de besnijdenis, wat zeker ook het trekken van een cirkel in het lichaam is. Maar dat gaat bij de Joden over jongens. En Marjan is een vrouw en bovendien geen Jood.

Is daarmee de onderneming van Derrida mislukt om het unieke woord van Celan te maken tot iets dat ons allen aangaat? Of missen we gewoon het goede wachtwoord, het 'sjibbolet', om in de duistere kronkels van Derrida binnen te treden?

Misschien, wie weet. Maar ik begin ook beter te begrijpen waarom Derrida op Augustinus is gedoken met zijn 'circonfession'. Voor ons allemaal is het erg belangrijk om te belijden wie we zijn. Zo zijn we bijvoorbeeld een vrouw en geen Jood. Het is niet al te moeilijk om dergelijke belijdenissen te relateren aan de besnijdenis van het hart, waarmee Paulus zijn speciale Jodendom toegankelijk maakte voor de gojim.

Zelf zou ik nog niet zo'n belijdenis kunnen uiten, dat geef ik maar eerlijk toe. Ooit sprak Rabbi Jehoeda Ashkenazy me aan in de lift van de Uithof, en vroeg me of ik een Jood was. Want Simons leek hem wel een Joodse naam. En hoewel Simons een erg universele naam was, en ik tegen Ashkenazy heb ontkend, waren er zeker ook momenten dat ik dacht dat ik maar moest bekennen, om morele of filosofische redenen.

Lees ik Marjan Slob over Derrida, dan zou ik haar graag bijvallen en zeggen: ik ben een vrouw en geen Jood. Maar dat klinkt weer zo aanmatigend, alsof ik beschik over het wachtwoord om te treden in de kringen van vrouwen.

Afbeeldingsresultaat voor vrouwen cirkel


vrijdag 6 maart 2015

Nog steeds een talent

Houjevast, André van Duin gaat een serieuze rol in een toneelstuk spelen. Nu liggen de lach en de traan dicht bij elkaar, dus we kunnen impressario Joop van den Ende volgen wanneer hij een van zijn superkanonnen inzet. We herkennen de zorgzaamheid van Van den Ende, zijn oprechtheid en zijn talent om talent te herkennen. So far so good.

Maar met alle respect, was André nog wel echt grappig sinds ik tien was en bij mijn achterbuurjongen Arno zat te lachen bij de LP met 'Ik zoek me lens!' en 'Aandacht voor de Russische koorddanser Pasopvalny!'? Geven we toe dat André nog steeds een talent is, dan is dat wellicht vanwege zijn naar beneden getrokken rechtermondhoek. En nu wordt hij dus getraind om die mondhoek strak te houden. Het verschil zit hem in de details.

Blijft dat we opkijken tegen André én Joop vanwege hun vermogen volle zalen te trekken. Het blijft verdomme een mysterie dat we niet kunnen kraken. Ben je eenmaal dat mysterie voorbij, dan kun je gewoon lekker alles doen. Je drinkt champagne of je gaat Neil Simon spelen. Of King Lear. Het werpt een licht op Dionysos, met name op een prozaïsch gezicht van deze god. Hij is midden onder ons.



woensdag 4 maart 2015

Alleen nog de eer

Gaat het over ethiek, dan komen we al gauw uit bij een of andere vorm van utilitarisme. Dat kan ten positieve gewend een maximalisering van het goede betekenen, en in een negatieve versie neerkomen op de minimalisering van het kwade, bijvoorbeeld de keuze voor het minste kwaad. De ethiek van het goede leven of de levenskunst wijkt daar niet essentieel van af, ook daar gaat het om de maximalisering van het goede, dat al gauw wordt omschreven in termen van genieten, functioneren, geluk of succes.

Deze ethiek heeft mij altijd nogal koud gelaten. Mens, laat me toch gewoon wat rondzwabberen in het leven! Waarom zouden we moeten voldoen aan allerlei principes, zolang we ons gedrag min of meer binnen de perken houden!

Er is een factor die nu steeds meer speelt en waardoor ik toch weer af en toe aan ethiek denk. Dat is het herhaaldelijk opduikende bericht dat de ondergang van de mensheid, de verpesting van het milieu, steeds moeilijker te stoppen is. Dat kun je gerust voegen bij het ontbreken van reële perspectieven om de laatste kansen te grijpen. Want daar is een radicaliteit van handelen voor nodig die niet gedragen kan worden door individuen, groepen, bedrijven of afzonderlijke staten. En de samenwerking tussen deze staten is te zwak om werkelijk potten te breken.

Juist nu de inzet van de gangbare ethiek verloren dreigt te gaan, dringt de ethiek zich opnieuw aan me op. Alleen is het nu andersom. Werd voorheen de ethiek ingezet om de mens op te roepen tot gedragsverandering omwille van de redding, nu vervalt de mogelijkheid tot redding en willen we juist ons gedrag handhaven. Het gedrag, wel te verstaan, dat voorheen gericht was op milieuverbetering. Geen auto hebben, weinig of geen vlees eten, geen plastic bekertjes gebruiken, plastic zakken in de winkel afwijzen, dat soort dingen.

De ethiek die ik hier neerleg (in het besef dat hij daar maar zolang ligt totdat hij wegglijdt in dit archief) is het teruggrijpen op de honos van Cicero. Die lijkt me heel geschikt als fundament voor mijn gedrag. Okee, laten we tenondergaan, maar dan wel eervol. We moeten die eer gaan onderscheiden van de 'Blood and Honour' van de fascisten, en van de macho-eer van zuidelijke en oostelijke culturen. Maar ook van de waardigheid, die slappe hap die het zo goed deed in de mensenrechten. Waardigheid, dat kwam vooral neer op het zorgen voor de voorwaarden voor een waardig leven. Nu dat leven zelf zijn einde nadert moeten we weer terug naar de balans tussen stoa en scepsis die Cicero zo mooi verwoordde. Eer in plaats van waardigheid.

Afbeeldingsresultaat voor cicero

Vrede is een rommeltje

Hoe kan het toch dat we in onze wereldvisie steeds weer gepolariseerd raken? Wees blij, zei een vriend, nu is er tenminste iets om voor te v...